Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
215
ketel li zamengedrongen lucht op het watervlak f q uitoefent. Bij het rijzen
van deu zuiger e is de andere i gedaald ; deze drukt het onder zich aangestroom-
de water met kracht naar beneden, opent daardoor de klep o, sluit de klep
en voert het water in den luchtketel. Hierdoor wordt de lucht nog meer in de
ruimte/i zamengeperst, zij drukt met meerder kracht op de oppervlakte ƒ en
drijft zoo onafgebroken, door haar aanhoudend pogen om zich uit te zetten, het
water door de opening p, eu door middel van eene le<leren buis of slang, welke
aan die opening is vastgeschroefd, naar de plaats waar men het noodig heeft. ïs
de lucht tot o[) de helft of een derde harer gewone uitgebreidheidheid in de
ruimte A verdikt, dan drukt zij, volgens dc wet van Mariotte, met 2 of 3 maal
103 pond voor elke vierkante palm op het water, en overwint dus de drukking
van den dampkring met 1 of 2 maal eene dampkringsdrukking, zoodat zij, zon-
der den tegenstand der lucht en de wrijving der waterdeelen in de buis in aan-
merking te nemen, den waterstraal tot op 10 of 20 el hoogte zou kunnen op-
werpen. Het was de amsterdamsche brandmeester Jan van der Heide, die in
1670 het mi<ldel uitvond, om door eenen luchtketel een' onafgebroken water-
straal te verkrijgen, en dus het gedurig afbreken der werking bij de pers-
pomp weg te nemen. Dat de werking, bij gebrek van een' wind- of luchtke-
tel, inderdaad gedurig afgebroken wordt, hiervan overtuigt ons de glazenwas-
scliers spuit: immers telken reize als de zuiger wordt opgehaald verliest dc
waterstraal zijne kracht.
De brandspuit behoort tot eene der voortreffelijkste uitvindingen, waartoe
de kennis der natuur geleid heeft.
Wij gaan thans tot de verklaring van den hevel over. — Deze bestaat uit
eene kromgebogeue glazen of metalen pijp of buis, welker eene been langer is
dan het andere.
Wil men zich een heveltje maken, zoo neemt men een glazen buisje van 2 tot
3 palm lang van niet zeer dik glas, laat het op een derde der lengte in dc wijn-
geestvlam gloeijend of week worden, en buigt het V-vormig om (zie a 6 c fig.
112rt). Men giet het buisje nu vol water, door eene der openingen met den
vinger tc sluiten, daarop sluit men eveneens het an-
dere einde, keert den hevel om, plaatst nu in een
glas a met water, dat iets hooger staat dan het
ledige glas c, den korten arm a b van het heveltje,
hangt het langere been b c in het ledige glas, neemt
de vingers van de opening weg, en nu ziet men dat
het vocht uit het lange been 6 c aanhoudend in het
ledige glas blijft vloeijen. Het water klimt derhalve
uit het glas a in het been a b op, en dit houdt aan
zoo lang als de o[)pervlakte d e hooger dan de ope-
ning c ligt. De hevel is veel bij de wijnkoopers iu
gebruik: zij leggen vaak boven aan den trap van