Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
190
Wanneer men een groot aantal waargenomene barometerhoogten bij eikancler
telt, en deze som door het aantal ■waarnemingen deelt, dan verkrijgt men den
gemiddelden barometerstand, ook wel normale stand genoemd. Neemt men b. v.,
den stand eik uur van den dag waar, telt men de aangeteekende hoogten bij
elkander, en deelt die som door 24, dan verkrijgt men de gemiddelde dagelijksche
hoogte. Hoe grooter dus het aantal waarnemingen is, hoe meer men op dien
gemiddelden stand kan staat maken. Met betrekking tot het doen van een groot
aantal naauwkeurige waarnemingen, is bijzonder bekend het huis Zwanenburg
nabij Haarlem, waar zulks langer dan eene eeuw werd verrigt. Wij weten daar-
door, dat de gemiddelde stand in ons land 758 strepen, dus bijna 76 duim be-
draagt.
De barometerstand staat doorgaans in verband met het weder. Een aanhoudend
rijzen van de kwik kolom voorspelt des zomers doorgaans droog, stil weder, in den
winter vorst; een gedurig dalen verkondigt regen of wind, en eene plotselinge daling
storm. Dij onze gewone barometers wordt dat verband tusschen het weder en de
luchtdrukking op de schaal der hoogten of het metalen nummerplaatje aangewe-
zen. Op de hoogte van 76 duim staat gewoonlijk het woord veranderlijk, dat wil
zeggen, als het kwik op die hoogte staat is het onbestendig weder. Hoewel er
nu op deze voorspellingen niet vast kan gebouwd worden, bedriegt de baro-
meter of het zoogenaamde weerglas ons zelden, ten minste indien men van de
waarneming een verstandig gebruik maakt, en ze in verband beschouwt met
andere omstandigheden, die er bij plaats hebben, b. v. met de rigting van den
wind, dc vochtigheidstoestand der lucht, enz. Voor deze verandering van lucht-
drukking kunnen dikwijls zeer voldoende redenen worden opgespoord. Waarom
de barometer kort voor het regent moet dalen, zal later worden verklaard. Een
plotseling dalen des barometers voorzegt storm, omdat het daardoor duidelijk
is, dat de lucht zich ergens heeft moeten verdikken, anders kon er op de plaats
der waarneming niet zulk eene geringe drukking of niet zulk eene ongewone
verdunning der lucht zich openbaren; dit verbroken evenwigt moet dus ook
weder hersteld worden, en wel door sterke luchtstroomen of winden, die van
elders, waar meer lucht aanwezig is, nieuwen voorraad aan\oeren.
Het nut van den barometer is onmiskenbaar. Behalve het licht, dat hij over
onderscheidene zaken in de natuur heeft verspreid, van welke wij er rccils eeni-
gen noemden, behalve dat hij ons in staat stelt om op te sporen, wat er in dc
hooge, ongenaakbare dampkringsoorden geschiedt, bewijst dit werktuig menige
anderedienst De zeeman, door de daling van het kwik eenen storm voorzien-
de, bereidt zich behoorlijk voor, laat de zeilen oprollen, alles stevig bevestigen,
en doorworstelt dikwijls een gevaar, dat hem zonder voorzorg welligt verderfe-
lijk zou geweest zijn. Wanneer de mijnwerker eene sterke daling van den baro-
meter bespeurt, stelt hij zich in veiligheid ; want hij weet, dat de drukking van
den dampkring het koolwaterstofgas, dat zich dikwerf in de spleten der mijnen
ophoudt, belet te ontsnappen, eu dat hij derhalve, wanneer dit gas door de ligt-