Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
189
l'ig. 106.
drnkt, en ten tweede die kolom zelve, die ook gelijk is aan de druk-
king des dampkrings. Er is bij gevolg eene drukking van tweemaal
103 pond op de vierkante palm noodig, om de uitgebreidheid luchts
tot op de helft dein omvang te vei-minderen; en dat zij nu ook
met verdubbelde kracht op e drukt, behoeft naauwelijks gezegd te
worden. Indien de arm a b der buis langer ware, zou men, zooals
boven is gezegd, door 3, 4' 5 enz. dampkringsdrukkingen de
lucht in den korten arm tot | enz. van hare vorige uitge-
breidheid kuimcn brengen. De verklaring, hoedanig men nu door
de wet van Mariotte de digtheid der lucht op verschillende hoogte
iu den dampkring l>erekent, zoude ons te ver afleiden.
De volgende proef kan het vermogen zigtbaar maken, waarmede
zamengeperste lucht zich tracht uit te zetten. Door middel eener
verdigtings-luchtpomp dringt men eene menigte lucht in de ruimte
a 6 c fig. 100, en sluit deze door een kraantje, dat in de pijp c e
bevestigd is, het water springt nu bij het ontsluiten van de kraan,
veel sterker opwaarts dan bij de proef, onder fig. 100 vermeld.
Wanneer er verschillende met allerlei openingen voorziene buizen
op het pijpje c e worden geschroefd, kan de watersprong verrassen-
de veischijnselen opleveren. Ware de zamenpersing der lucht in het vat gelijk
aan 2 dampkringsdrukkingen, het water zou 9 el, en bij 5 tot 6 dampkringsdruk-
kingen 30 el hoog kunnen opspringen.
Na de verandering van den barometerstand op verschillende hoogten te heb-
ben beschouwd, zullen wij nu den invloed der hoogte van de standplaats des
waarnemers buiten rekening laten.
De barometer-veranderingen zijn regelmatig of onregelmatig. De regelmatige
zijn het meest ondef de evennachtslijn op te merken, waar het verschil tusschen
den hoogsten en laagsten stand dagelijks twee tot drie strepen bedraagt, en waar-
uit men met grond heeft kunnen besluiten, dat er, even als bij het water, dage-
lijks tweemaal eene eb en vloed in den dampkring j)laats heeft De barometer
bereikt onder de evennachtslijn den hoogsten stand omstreeks des morgens te 9
en des avonds te 10 ure; den laagsten des middags te 4 en des morgens ook
omtrent te 4 "^e. Wij hebben deze waarnemingen hoofdzakelijk aan (len be-
roemden Humboldt te danken, die deze eb en vloed der luchtzee noch door storm,
noch door onweder, regen of aardbevingen, immer gestoord vond, zoodat hij de
Ixirometerhoogte zelfs als tijdwijzer gebruikte.
De onregelmatige veranderingen van de luchtdrukking schijnen grootendeels
met het weder zamen te hangen; verandering van warmtegraad, winden, afwis-
seling in den graad van de vochtigheid der lucht hebben op den barometerstand
invloed; evenwel loopen de hoogten niet zeer veel uiteen. In ons land blijft ge-
woonlijk de hoogte der kwikkolom tusschen 740 cn 775 strepen. In het algemeen is
de veranderlijkheid grooter, naarmate men zich meer van de evennachtslijn verwijdert.
9'