Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
184
die niet miiuler dan 16000 pond weegt. Dat wij die drnkliing kunnen weder-
staan, vindt verklaring in lietgeen vroeger over de visschen is gezegd, die toeh
ook op sommige diepten eene drukking van ettelijke duizenden ponden moeten
verdragen. De oorzaak, waarom ook wij van dien luchtdruk niets bemerken,
ligt voornamelijk in de inrigting van ons ligchaam; onze inwendige bouw is
voor dezen toestand berekend ; elke drukking buiten ons vindt inwendig eene
gelijke tegendrukking, die de eerste vernietigt; bovendien zijn de vaste en vloei-
bare deelen van ons ligchaam geschikt voor de geleiding of verspreiding dier
drukking. Dit bewijst alweder treffend de wijsheid des Scheppers. Neemt de
ilrnkking «Ier lucht van ons weg, en de uitwasemingen onzes ligchaams, door
haar fïematigd, zullen plotseling in groote menigte plaats grijpen, ja wij zullen
onder de he\igste smarten sterven.
Tot de genomene proeven aangaande de luchtdrukking terngkeerende, mer-'
ken wij op, dat het meten van deze drukking met eene buis van 11 el lengte
zeer omslagtig is; wij kunnen echter hier veel gemakkelijker en minder om-
slagtig ons doel bereiken, t^it de 28® les toch kan men afleiden, dat, indien er
eene vloeistof zwaarder dan water gebruikt wordt, deze lager in de pijp zal
staan naar evenredigheid harer meerdere zwaarte. Niets is daartoe geschikter
dan kwik, een vloeibaar metaal, dat 13,59 (stellen wij voor het gemak 14)
maal zwaarder is dan water. Dc hoogte, die deze vloeistof in de buis zal heb-
ben, vinden wij door de digtheid of het soortelijk gewigt van het kwik, dat
is door het getal 13,59, in 103 palm te deelen en de uitkomst is omtrent 76
duimen. De waarheid dezer gevolgtrekking zien wij op eene verrassende wijze
door de j)roef bevestigd.
Men neme daartoe eene glazen huis a b (fig. 103) van 8 a 9
palm lengte, aan het einde a gesloten, en giet deze vol kwik;
na dan het andere einde b met den vinger te hebben digt ge-
houden, keert men haar om, en dompelt dat einde b in een
bakje c rf, met dezelfde vloeistof gevuld. Zoodra men nu den
vinger van de opening b wegneemt, ziet men het kwik in de
buis eenige duimen dalen, bij voorbeeld, tot in e; en wordt nu
de afstand van e boven het oppervlak c d gemeten, zoo vindt men
omtrent 76 duimen. Het spreekt van zelf, dat de wijdte van de buis
O. h hierniets aan dc hoogte kan veranderen: de drukking van de
kwikdeelen op het benedenvlak in de buis mag daardoor groo-
ter worden, zij blijft voor elke bepaalde vlakte dezelfde, en de
hoogte moet dus ook dezelfde blijven. Houdt men de buis
schuin, zoo vermindert de ruimte n e, omdat de loodrqfte
hodgte van den top c hoven cd even groot moet blijven Het
I lu-htledige, dat van a tot e door de daÜng der vloeistof is 0})t-
staan, noemt men het torrirclh'srhe ledige, zooals men de kwik-
buis ook wel toriieellische buis noemt, omdat Torricelli, een
F.
'9-
103.
a