Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
182
101.

d

pet vlak der zee bei m U; korter, de dampkringsdrukking is evenredig aan de hoogte.
Men kan de drukking der Inclit op de aarde door verschillende [)roeven zigt-
biiar maken. Onder deze is dc volgende merkwaardig. Men neme eenen tame-
lijk brceden, koperen ring«, zie fig. 101, waarvan de eene rand goed vlak is
afgeslepen, terwijl de andere eenigzins is omgebogen.
Over dit omgebogene gedeelte bindt n)en zeer stevig
eene natte, niet zeer dikke blaas b c, die men sterk
aantrekt, en vervolgens laat droogen. Thans zet men
den ring met den gladden rand op de plaat der lucht-
pomp, en pompt er de lucht onder uit. De buitenlucht
drukt na weinige pompslagen reeds zoo sterk op de
blaas, dat zij zeer zigtlxiar wordt inwaarts gebogen,
en eene holle gedaante {b d c) verkrijgt. Verwijdert men de lucht meer en meer
van onder de blaas, zoo scheurt deze met een' hevigen knal vaneen. Gelukt dit
bersten niet van zelf, dan zal een zwakke stoot op de blaas met den vinger
of een speldeprik de proef naar wensch doen uitvallen. Maar van waar deze
slag? — alleen van de plotselinge invalling der lucht in de ledige ruimte.
Men ziet uit deze proeve, dat de ontvanger k (zie fig. 99) der luchtpomp, van
zeer sterk glas moet vervaardigd zijn, en dat hij in zijnen luchtledigen toestand
buitengewoon sterk op de plaat l m wordt gedrukt?
Het zal u misschien verwonderen, dat eene kolom luchts, die niet hooger
dan tot den zolder der kamer schijnt te reiken, waar men de proef verrigt,
zulk eene verbazende drukking kan te weeg brengen; wanneer het water wai'e,
dat toch ruim 773 maal zwaarder is dan lucht, zou het bij zulk eene geringe
hoogte niet eens dergelijke kracht uitoefenen. Deze bedenking is echter geheel
ongegrond.
De lucht toch verspreidt, even als het water, de drukking, die zij onder-
gaat, in alle rigtingen. Op dezelfde hoogte worden dus de luchtdeelen even-
veel zijwaarts cn opwaarts als loodregt naar beneden geperst; want indien de
beschreven proef werd herhaald, en de jjlaat met den ring op zijde, of het
ondersteboven gelegd, het verschijnsel zou hetzelfde blijven; en of men een
vat met lucht gevuld, cn onder den luchtledigen ontvanger der luchtpomp
geplaatst, boven, beneden of op zijde doorboort, de lucht zal er met evenveél
krachi nitstroomen. De volgende proef bewijst de waarheid dier stelling. Men
vult een glas met water, bedekt het met een stuk papier, legt er de hand bo-
ven op, en keert het spoedig het onderste boven ; de hand kan nu worden
weggenomen, en er zal geen druppel water uitvloeijen. Het zal eveneens zijn
of het jiapier aan den rand van het glas vastkleeft. Dit verschijnsel wordt
alleeu verklaard door de drukking der lucht: deze toch drukt het papier op-
waarts tegen den rand vau het glas, en doet het papier zelfs eene binnen-
waarts gekeerde holte verkrijgen.
Vooronderstelt nu eens, dat wij de proef met de blaas in de vrije Uuht