Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
176
ongekende hoogte, rondom de aarde uit. De schoone blaauwe kleur des hemels
is een bewijs voor de hoogte der lucht, zooals de kleur der zee een bewijs voor
de diepte van het water is. Ware er geene lucht dan zou ook de hemel kleur-
loos zijn; wij zouden alsdan een zwart gewelf boven ons aanschouwen.
Alle verschijnselen, die ons tot verbazing of bewondering wekken, vallen in
dezen luchtkring voor. Het bulderen der stormen, het ratelen des donders,
het flikkeren Nan den bliksem, de beweging der wolken, de dauw, regen, hagel,
sneeuw, rijp, enz., al deze natuurverschijnselen zijn aan den dampkring hun
bestaan verschuldigd, zooals blijken zal, wanneer van deze natuurwerkingen
eene beknopte beschrijving zal gegeven worden.
De dampknngsliichl beschouwde men eertijds als eene hoofdstof, als een enkel-
voudig ligchaam; thans weet men door behulp der scheikunde, dat zij een meng-
sel uitmaakt van zuurstof- cn stikstofgas. De hoeveelheden dezer gassen in den
dampkring verhouden zich zoodanig tot elkander, dat inde 100 deelen lucht
21 deelen zuurstof en 79 deelen stikstofgas worden gevonden; in gewigt bevat-
ten 100 deelen lucht 23 deelen zuurstof en 77 deelen stikstof.
De lucht onderscheidt zich, zoowel als alle andere gassoorten, voornamelijk
van de onveérkrachtige vloeistoffen of vochten door hare verbazende ligtheid en
spankracht, veêrkracht of aanhoudende neiging, om haren omvang uit te breiden.
Door hare ligtheid. Om de lucht te wegen, neemt men een' grooten hollen
)x)l, voorzien van eene korte pijp met eene kraan, maakt dezen door middel der
luchtpomp, een werktuig, dat hieronder zal worden beschreven, zoo veel mo-
gelijk luchtledig, sluit hem daarna met de genoemde kraan goed digt, opdat er
geene lucht indringe, hangt hem aan eenen der armen eener balans, eu geeft
deze door het aanbrengen van gewigt een horizontalen stand; vervolgens opent
men de kraan, opdat de lucht den bol weder geheel vuile, en nu ziet men de
}>alans merkelijk aan de zijde van den bol overslaan. Heeft deze laatste 10 kan
inhoud, dan moet men omtrent 13 wigtjes in de andere schaal leggen, ten
einde het evenwigt te herstellen; waaruit blijkt dat onder gewone omstandig-
heden elke kan of kubieke palm lucht 1,3 wigtje weegt, en derhalve het wa-
ter bijna 760 maal zwaarder is dan de lucht. Voor andere gassoorten heeft men |
insgehjks het soortelijk gewigt bepaald. Water in den gasvormigen toestand i
of stoom is, als deze tot beweegkracht wordt gebruikt, half zoo zwaar als damp-
kringslucht; waterstof heeft omtrent slechts een veertiende van het gewigt
der lucht.
Ook door hare spankracht, elasticiteit, veêrkracht, uitzettingsvermogen, allen
woorden van dezelfde beteekenis, onderscheidt zich dc lucht. Wij hebben ge-
zien, dat de aantrekking de atomen der vaste ligchamen bestendig tegen elkan-
der en op hunne plaats houdt, alsmede, dat zij ook die der druipbare vloeistof- •<
fen doet aaneenkleven, terwijl zij aan deze laatste tevens eene vrije beweging
toestaat, doordien zij met het afstootend vermogen der warmtestof in evenwigt
is. Bij de gassoorten echter trachten de deelen zich hoe langer hoe meer van