Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
168
plaats in te nemen, en even als bij den bal (fig 96 enz.) ligt het zwaartepnnt
van den visch onder dat van de verplaatste vloeistof. Zou eenig menschelijk
vernuft met zooveel wijsheid deze dieren hebben kunnen bewerktuigen?
Dat wij nog kortelijk de verschijnselen overwegen, die zich opdoen bij het
drijven en zinken. Dat ligchamen soortelijk zwaarder dan water zullen zinken,
is duidelijk, want daar zij slechts opgehouden worden met eene kracht, gehjk
aan het gewigt van het water, dat zij verplaatsen, zon zal hunne zwaarle deze
kracht overwinnen met hetgeen zij aan overwigt boven de verplaatste vloeistof bezii.
Dat verder die ligchamen, welke ligter zijn dan water, zuilen drijven, blijkt
daaruit, dat zij niet dieper kunnen dalen, dan tot dat zij zooveel water hebben
verplaatst, als hun eigen gewigt bedraagt; — dewijl bij eene diepere daling
de drukking van het water opwaarts en die van de zwaarte des ligchaams be-
nedenwaarts niet in evenwigt zijn. — Men bevindt dan ook door proefneming
met het glas, onder fig. 89a afgebeeld, dat, wanneer men er een ons kurk, hout,
puimsteen, enz. in legt, ook een ons van Let vocht door het ligchaam wordt
verplaatst.
Een schip, dat een millioen ponden zwaar is, is slechts in evenwigt als het
duizend kubieke ellen water heeft verplaatst, daar deze even als het schip een
millioen ponden wegen. Ziedaar de reden, waarom eene ijzeren boot geen
druppel water meer verplaatst en dus niets dieper in de vloeistof zinkt dan
eene houten van dezelfde gedaante en zwaarte. IJzeren vaartuigen worden er
daarom ook in menigte gemaakt, en wel te meer, daar deze stof toch niet
alleen duurzamer is dan hout, maar een ijzeren vaartuig ligter en soms min-
der kostbaar is dan een houten.
De kracht, waarmede de ligchamen boven naar de oppervlakte van het wa-
ter worden gedrukt, het drijf-oï zwemvermogen genaamd, is bij sommige stoffen,
bij voorbeeld kurk, eene met lucht gevulde blaas, enz. zeer groot. Die kracht
heeft de mensch aan zich dienstbaar weten te maken. Genoeg is het, ten be-
wijze hiervan aan te halen de drijvende dokken, reddingsbooten en scaphanders.
l)e eerste laat men vol water loopen, waardoor zij zeer diep liggen en een schip
in de ruimte kan gevoerd worden, die zij omsluiten. Vervolgens wordt het
water weder verwijderd en het schip ligt dan in het drooge dok en kan van
alle zijden worden onderzocht. Op dezelfde wijze ligt men ook wel palen uit
den gi'ond, door gedurende de ebbe een ongeladen vaartuig {Ugter genaamd)
aan den paal te hechten, welk vaartuig met den vloed rijzende, den paal me«
devoert. Op dergelijke wijze heeft men de ijzeren kokers door vaartuigen we-
len te ligten en vervoeren, die over de Menai gelegd zijn (zie bladz. 144)-
De reddingsbooten en scaphanders zijn werktuigen, die groote verbeteringen
te danken hebben aan onzen landgenoot Scheerboom. Zij dienen bepaaldelijk
om menschen, welke bij schipbreuk met den dood bedreigd worden, te behou-
den. Voorwaar, eene heilzame toepassing der zwemkracht! — De reddings-
booten bestaan of uit ligte zellstandigheden, als mandcweik eu kurk, sedert