Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
166
DERTIGSTE LES.
Over het evcinvigt der ligchamen, Aveike in drup-
winige \loeisloffen zija gedompeld.
De ontdekking van Arclümedes leert ons :
Ie, dat ccn ligchaam in een vocht noch drijven, noch zinken zal, en dus op
alle plaatsen in dat vocht in rust zal kunnen wezen, ingeval het soortelijk even zwaar
is als dat vocht, dat is, als de door het ondergedompelde ligchaam verplaatste
hoeveelheid vochts gehjk is aan het gewigt van het ligchaam;
2®. dat een ligchaam in eene vloeistof zal drijven, indien het soortelijk Hg ter is
dan de vloeistof, of indien de door het ondergedompelde ligchaam verplaatste
hoeveelheid vochts zwaarder is dan dat ligchaam.
en 3®. dat een ligchaam in eene vloeistof zal zinken, indien het soortelijk zwaar-
der is dan de vloeistof, dat is, zoo de hoeveelheid dier vloeistof, welke het on-
dergedompelde ligchaam verplaatst, ligter is dan het ligchaam. Wij zullen dit
ophelderen.
De bol van ijs, van welken in de vorige les gesproken is, verloor al zijn ge-
wigt in het water, en wel, omdat het ligchaam soortelijk even zwaar was als
deze vloeistof; het werd met zijn geheele gewigt opwaarts gedrukt. Wel nu,
zoo is het ook met alle ligchamen gesteld, die even zwaar zijn als eene aan
hunne uitgebreidheid gelijke hoeveelheid waters. Hierdoor is het alsof water
in water geen gewigt heeft. Men kan daarom bij het water-putten eenen vollen
emmer, zoo lang hij onder blijft, tusschen vinger en duim optrekken.
Het valt niet zeer moeijelijk, om een' bal van was zoodanig met jagthagel
bezwaren, dat hij, in het water geworpen zijnde, noch drijven noch zinken
zal, maar op elke diepte in het vocht zal blijven zweven. Zulk een ligchaam
is dan soortelijk even zwaar als water. Zet men nu 3 glazen naast elkander; het
eerste gevuld met water, het tweede met alkohol of wijngeest, het derde met pekel
of eene sterke zout-oplossing, zoo zal de genoemde bal in het eerste glas op
elke hoogte blijven zweven, in het tweede zinken en in het derde drijven. Men
verbeelde zich een' anderen bal (zie fig. 96, 97 en 98), waarvan het gedeelte
s p n van lood, en
mg. 96. Hg. 97. Fig. 98. ,,
n van kurk is. Zijn
zwaartepunt stelle
men zich voor in g
en zijn gewigt even
als van den voor-
gaanden gelijk aan het gewigt van het water, dat hij verplaatsen kan. Met
zulk eenen bal kan men aanschouwelijk maken, dat er twee voorwaarden moe-
ten vervuld worden, zal een ligchaam in het midden der vloeistof in evenwigt