Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
16^

Dennenhout, groen.* . . 0,546 Notenboomenhout .... 0,677
■ droog . 0,435
. 0,904
» droog . 0,644 0,383
. 0,817
» droog. . • 0,439
TAFEL van he soortelijk gewigt van eenige vochten .
Gedistilleerd water. . 1,000 Citroenolie...... 1,852
Kwikzilver .... n,598 Lijnolie....... 0,953
Zwavelzuur (engelsch) . . 1,848 Olijfolie....... 0,915
Salpeterzuur .... Papaverolie......
Melk...... Terpentijnolie..... 0,872
Zeewater..... 1,026 Alkohol....... 0 7^3
^Vijn, gemiddeld . 0,9S5 0,715
Toepas s i n ge n.
Het soortelijk gewigt van houtskool, de poriën niet medegerekend, bedraagt
3,6, en toch drijft houtskool op water. Wat kan hiervan de reden zijn? 1
Hoe kan men door het archimedisclie grondbejinsid de gehalte van ver-
schillende zelfstandigheden ontdekken.
De werklieden in de duikerklok kunnen hij het leggen van fondamenten
voor sluizen, vuurtorens, enz., zulke zware steenen verwerken, dat zij ze bui-
ten het water niet zouden kunnen tillen.
De stroom kan gemakkelijk groote steenbrokkcn met zich voeren, want zij
hebben slechts dc helft huimer zwaarte.
Wanneer men levenden visoli in een' emmer met water werpt, wordt daar-
door wel degelijk het gewigt van den gevulden emmer vermeerderd, hoewel
onkundigen het tegendeel willen beweren.
Indien men in het water zich overeind plaatst, is eene geringe beweging
der voeten genoegzaam, om zich boven te houden.
Bij overstroomingen ziet men dikwijls kinderen levend aan land spoelen, ter-
wijl volwassenen, die pogingen doen, om hun leven te redden, verdrinken.
ICen hond kan een' in het water gevallen mensch ophouden eu een eind
wegs met hem henen zwemmen, terwijl hij buiten het water dien last niet zoii
kunnen torschen.
Bij verdronkenen ontwikkelen zich na weinige dagen eenige gassoorten, die
het ligchaam uitzetten en doen boven komen.
8'