Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
181
in (j gevuld is, en de daar naast liggende d op denzelfdcn Oogenblik tot in A,
zoo kan elke vierkante duim van de vochtlaag i k niet gelijkelijk gedrukt wor-
den, daar deze in A: eene hoogere kolom hk dragen moet dan in i, waar iedere
vierkante duim slechts eene kolom voclits ter hoogte g { heeft op te houden.
In de eerste zou derhalve de drukking sterker dan in de laatste, en het even-
wigt verbroken zijn. Men verklaart door deze wet, waarom de bovenopeningen
aan de tuiten van trekpotten, waterketels, enz, gelijk behooren te liggen met
den bovenrand van den pot of ketel, waaraan zij bevestigd zijn.
Uitliet bovenstaande vloeit nog de volgende stelling voort: wanneer vochten
van verschillende soort in verschillende buizen, die met elkander gemeenschap hebben,
in evenwigt zijn, zoo zal die vloeistof het hoogste staan, welke het ligtste is. Laat,
om dit op te helderen, in de groote buis aeg c van het vat a bd {zie fig. 89)
Fig. 89.
water, in de kleine ƒ d en het overige van het vat kwik
zijn begrepen, en deze beide vloeistofll-n in eg van
elkander gescheiden zijn. Indien nu de laag eghf
niets boven zich had, zou er evenwigt bestaan, want
het kwik staat dan in de beide buizen op gelijke hoogte.
Om evenwigt te houden, moet elk deel van het opper-
vlak e g gelijke drukking ondergaan met ieder eN en
groot gedeelte van het oppervlak hf. Maar de kwik-
(leelen hebben bijna 14 maal de zwaarte der water-
deelen, derhalve zal dan ook de hoogte/i omtrent 14 maal in de hoogte ^ A; be-
grepen zijn.
Op grond der vermelde waarheden heeft men werktuigen vervaardigd, die
den naam van water])as dragen en bestemd zijn, om lijnen te vinden, die juist
horizontaal of in dezelfde waterpas-vlakte gelegen zijn. Deze werktuigen bestaan
somtijds in eene U-vormig omgebogene huis, waarin wijngeest wordt gegoten
en wel gewoonlijk wijngeest, omdat deze bij de strengste koude niet bevriest.
Daar de oppervlakten dezer vloeistof in de beide armen in hetzelfde horizontale
vlak gelegen zijn, zoo behoeft men slechts langs deze beide vlakken heen te zien,
om andere punten op verschillende afstanden en in onilerscheidene rigtingen
te bepalen, die allen in hetzelfde vlak liggen. Somtijds beslaat het waterpas in
eenen kijker, waarboven of waaronder eene buis is bevestigjl, <lie op weinig
na geheel met wijngeest is gevuld. Deze buis is meestal \au koper, heeft op
het midden der lengte eene door glas gedekte opening en ligt zuiver waterpas,
indien de luchtbol of de ledige ruimte, welke er nog iu is, juist op het midden
der lengte van de buis door het glas heen zigtbaar is. Iloe meu met deze buis
den kijker of eenig vlak waterpas kan leggen, is duidelijk. Het waterpassen of
nivelleren is eene der moeijelijkste bezigheden van den landmeter en vordert
eene bijzondere oplettendheid.
Door de keunis van dezelfde wet der vloeistoffen geleid, heeft men op som-
mige plaatsen, waar langs rivieren loopen, kokers aangelegd, welke zich mid-