Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
9
Dewijl de drukkingeii tegen de zijwanden van het vat abc d (zie tig. 80)
allen in tegenovergestelde rigting geschieden, bij voorbeeKl die tegen den wand
d c naar de regter- en die tegen a b naar de linkerzijde, zoo zal er bij zulk
een vat geene neiging bestaan, om aan de een« of andere zijde omver te val-
len of over te hellen. Älaakt men evenwel in den wand a b onder het vocht
eene opening, waai'door dit kan wegvloeijen, zoo wordt er een deel der hori-
zontale jlrnkking op dien zijwand weggenomen, terwijl die op den wand d c in
volle kracht bhjft; deze heeft in dat ge\ al eene grootere drukking te wederstaan,
en er zal derhalve eene neiging bij zulk een vat bestaan, om zich te bewegen
in eene rigting, tegenovergesteld aan die, waarin de uitvloeijing geschiedt. Die
neiging Lot beweging noemt men de reactie van het uitstroomende vocht. Op
deze reactie van hel vocht berust het rad van Segner. Men kan zich van blik een'
toestel laten maken, die onder den naam van het waterrad van Segner bekend
is (zie fig. 876). A is een holle cilinder, die nabij den bodem vier horizontale
buizen bevat, welke allen digt by het einde,
en wel aan denzelfden kant der buis eene
kleine opening n bezitten, waardoor het wa-
terkan vloeijen. Doorde reactie \an dit uit-
stroomende vocht draait de cilinderrond,
en wel in eene aan de uitstroomende water-
straal tegenovergestelde rigting. Te dien
einde is er bij a een puntig staafje aan den
bodem gesoldeerd en bij 6 een stukje ijzer of
messing, waarop dit rust. Dwars over de
bovenopening ligt een reepje blik cc, waarop
ook een staafje d is bevestigd. Op het vat
B, dat het water ontvangt, staat de twee-
maal regthoekig omgebogeue strook C C,
door welke de staaf bij d steekt en aldaar in eene opening kan ronddraaijen.
Nog draagt de strook C C een ligt beweegbaar rolletje e, -waarover een draad
loopt, die om het pennetje d is gewoeld. Aan het andere einde van dien draad
kan men een gewigtje p hangen, hetwelk dan door de ronddraaijing zal op-
getrokken worden, en alzoo aanschouwelijk kan maken, hoe men in het groot
van zulk een werktuig nuttige werking verkrijgt, bij het in beweging brengen
van raderwerk in sommige fabrijken.
Uit al wat tot hiertoe over de uitwerking van het gewigt der vochtdeelen
zeiven, en het verspreiden der drukking daardoor te weeg gebragt in alle rig-
tingen is gezegd, blijkt, dat alle vochtdeelljes met gelijke kracht tegen elkander wor-
den gedrukt; terwijl daaruit weder volgt, dat de vochten, wanneer zij in rust zijn,
eeneeffene oppervlakte moeten hebben, dus, dat ieder deel even ver van het middel-
punt der aarde moet verwijderd zijn. Immers elk atoom wordt met eene gelijke
kracht door de aarde aangetrokken: was nu de eene plaats van de oppervlakte