Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
146
Dit verrigt zijntle, laat men liet vat d door het openen der kraan r in den
bak ledig loopen, schroeft het van de buis a 6 c af en zet er een trechtervormig
vat e fig. 85 voor in plaats. Naauwelijks heeft men dit laatste tot op dezelfde
hoogte met water gevuld als het eerste, of men ziet het kwik weder lot gelijke
hoogte p iji den arm c n klimmen. Hetzelfde gebeurt, met inachtneming van
dezelfde voorzorgen, bij de vaten ƒ fig. 86 en ^ fig. 87; en men kan dus aan
Fig. 86.
Fig. 87.
/
dc waarheid der op-
genoemde stelling niet
meer twijfelen: de druk-
king is voor vaten van
gelijken bodem, gevuld
tot gelijke hoogte en met
dezelfde vloeistof, even
groot; zij is onafhanke-
lijk ytin den vorm. Dat
het gestelde waar is
voor het vat fig. 81
is reeds vroeger aan-
getoond. Om het voor de beide overige iu te zien, bedenke men slechts, dat er
op het midden van eiken bodem eene kolom water drukt, zoo hoog als de stand
der vloeistof; bestond er nu eene plaats op den bodem, welke meerder of min-
der drukking moest hjden, dan zou deze middelste kolom niet in rust kunnen
zijn; alle punten van den bodem moeien bijgevolg denzelfden last dragen als het
middelpunt; waaruit de waarheid vau het gestelde van zelve volgt. Maakt men
aan het benedeneinde vau de vaten d, e,f en g beweegbare, waterdigt sluitende
bodems, die in luni midilelj)unt aan eenen draad zijn bevestigd, die boven de
vaten uitreikt, en aan den eenen arm eener balans is vastgemaakt, dan kan
men door gewijjten op de schaal te plaatsen, die aan den anderen arm hangt,
evenwigt verkrijgen en alzoo de drukking meer onmiddellijk meten.
Het is thans duidelijk, hoe vrecmil het ook klinke, dat men meteen pond wa-
ter eenen druk kan voortbrengen van 1 wigtje of veel mi)uler, maar ook een' van
100 pond en nog meer. In het eerste geval zoude men het vat den vorm van
fig. 82 of 85 in het laatste dien van fig. 81 geven.
Er is bij de verklaring van fig. 76 aangetoond, dat de drukking der vocht-
deelen ook opwaarts werkt, daar zjj zich in alle rigtingen aan de omliggende
moleculen mededeelt. Hieruit is dan ook af te leiden, dat groote schepen zeer
sterke kielen moetCÉi hebben, ten einde de drukking van het water van bene-
den naar boven, welke hunne bodems te lijden hebben, Ie kunnen wederstaan.
Indien een bodem, bij voorbeeld, vlak en 100 vierkante ellen of 10,000 vier-
kante palmen groot ware, en het vaartuig lag drie el of .'-{O palmen diep onder
water, zoo zou de drukking 10000 X 30 of drie honderd duizend pond beloo-
pen. t)ntstond er in den bodem van dit vaartuig een gat van ceiic vierkante