Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
Fig. 70.
van 200 X 2500 of 500,000
pond opwaarts brengen. Men
kan de kracht gemakkelijk tot
eenmilHoen ponden en daar-
boven opvoeren. Met dit ver-
mogend werktuig wordt hooi
zoodanig zamengeperst, dat
men het even als hout moet
doorzagen; het houl, dat het
hard wordt als ijzer; de turf,
dat hij in hardheid steenko-
len evenaart; meel en katoen,
dat men er honderdmaal meer
van in de zelfde ruimte kan
})laatsen dan anders, eene be-
langrijke zaak bij het laden
der ïchepen; het brood, dat
het hard wordt als steen,
waardoor het schier aan geen bederf meer onderhevig is. Behalve dat de wa-
terpers tot dergelijk werk gebruikt wordt, dient zij tot het tillen van zware
lasten, het ontwortelen van boomen, het bepalen der sterkte van kabelketens,
enz. Door miJdel van dc waterpers heeft men de ijzeren kokers, die eene brug
over de Menaï in Engeland vormen, en het eiland Anglesea met de vaste kust
van Wales verbinden, en welke kokers meer dan 18 honderd duizend Xed.
ponden wegen, tot eene hoogte van meer dan 30 el opgevoerd. Het spreekt
van zelf, dat zulk eene beweging langzaam geschiedt, want wanneer dc schijf
l m eene zekere ruimte heeft doorloopen, moet het op te hijschen ligchaam eerst
bevestigd en alzoo tegen daling be\eiligd worden : de schijf / m moet dan weder
benedenwaarts bewogen en de stang a op nieuw aan den last vastgemaakt worden.
Wij hebben thans te onderzoeken, hoedanig het met de drukking is gesteld,
die de vochtdeelen door hunne zwaarte, op elkander en op de wanden van
hei vat uitoefenen, waarin het vocht begrepen is.
Zij ab c d (fig. 80) een cilindervormig vat, tot aan df met water gevuld.
Verbeelden wij ons weder dit vocht in lagen verdeeld, dan heeft de eerste
laag e f niets van het gewigt des waters te dragen; de tweede laag g h draagt
de eerste; die daarop volgt, ik, de beide voorgaande, enz. Elke volgende laag
wordt alzoo meer gedrukt dan de onmiddellijk voorgaande; r/e ^/n/Hm^ neemt
derhalve met de diepte toe, en de bodem heeft eindelijk het geheele gewigt der
vloeistof te dragen. W^'et men nu de grootte van den bodem, de hoogte tot
welke de vloeistof staat, in palmen of duimen uitgedrukt, en kent men de
zwaarie van elke kubiek palm of duim van het vocht, welks drukking men wil
onderzoeken, zoo zal het product dezer getallen dc drukking op den bodem