Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
128
ie-, gij bemerkt verder dat het einde van de koord ofhet touw kackdiclt/tj
in het punt ^ is vastgemaakt; dat het onderste huisje f dkh kan bewogen wor-
den, en insgehjks uit twee schijven ffi en dk bestaat. Verbeeldt u nu eens,
dat de last / ééne palm wordt opgetild, dan naderen hierdoor de twee ge-
noemde huisjes elkander ééne palm. De einden id, gf, eli en ck van het
touw zijn dus niet langer gespannen, maar kunnen elk door gezegde nadering
der schijven ééne palm worden ingekort. Dit inkorten geschiedt door de
kracht k langs de katrol a c, waarover dan ook 4 palm touw loopt. Hieruit volgt,
dat in dit geval de kracht zich 4 maal sneller beweegt dan de last, en der-
halve 1 pond in k met 4 pond in l in evenwigt is.
Op dergelijke wijze te werk gaande met takels, die op ,eene andere wijze
zijn zamengesteld en verscheidene schijven bevatten, zult gij altijd gemak-
kelijk de betrekking tusschen kracht en last vinden, en ontdekken, dat
wanneer er slechts één touw over al de schijven loopt, met 1 pond kracht
altijd zooveel pond last in evenwigt staat, als het aantal schijven beloopt, die er
werkzaam zijn, of het getal touwen, dat het benedenste huisje draagt.
In den takel, onder fig 68 voorgesteld, zal alzoo magt tot last staan als
1 tot 6.
Ik merkte reeds aan, dat de takel een der nuttigste werktuigen is, om-
dat hij gemakkelijk vervoerd en met weinig kosten kan verplaatst worden.
Hoe menigvuldig hij in gebruik is op schepen, is elk bekend.
Toepassingen.
De beschrijving van het windas heeft opgehelderd :
Waarom men verstandig handelt, zoo men bij het gebruik van rolgor-
dynen, wandkaarten, zonneschermen, enz. het touw op eenen grooteren om-
trek dan dien van de rol doet loopen-
W^aarom bij dit werktuig de kracht grooter moet worden, naarmate er zich
meer van het gedeelte der koord, waaraan de last hangt, op de spil windt.
Het windas verklaart de werking van den tredmolen of het tredrad, waarin
een mensch of een dier door zijne zwaarte het rad doet omwentelen; alsmede van
die raderen, waarbij het water op breedo borden stroomt, enz.
ZES EN TWINTIGSTE LES.
Hel hellend \lak, De De schroef.
De naam vau hellend vlak is uit de 18^® les reeds bekend.
Laat a c (fig. 69) zulk een hellend vlak voorstellen, en c b de hoogte er
van. Nemen wij nu aan, dat de last / verbonden is aan het eene einde eener
koord, die over de katroU/loopt, terwijl aan het andere einde de magt m haar
vennogen uitoefkit. Stellen wij, dat de last van beneden in a tot bo\en in c
wordt gebragt, dan is het zeer duidelijk, dat ook de magt m, in de rigting