Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
117
Fig. 57a.
geslepen, terwijl zij met tlien scherpen kant op eene gladde, harde v lakte, het
genaamd, rusten. Voor eene balans, die opeen voetstuk of kolom rust, ge-
lijk in fig. 58, ziet men in rt fig.58^ het mes, in 6 en c fig. 58® de beide stalen kus-
sens, waarop de scherpe kant moet rusten. De opstaande naald e fig. 57 de tong
geheeten, staat loodregt op den hefboom ab, en, wanneer deze in rust is, juist
in het poortje of huisje ce. Somtijds is de tong naar beneden gekeerd, als a ƒ in
fig. 58, en wanneer de balans bij .zulk eene inrigting juist horizontaal staat,
wijst de naald ef op het nulpunt van eenen graadboog De einden aen b
dienen tot bevestiging der schalen p en 7, die zich hier zeer gemakkelijk moe-
ten kunnen bewegen. Daartoe hangt men de schalen, bij goede balansen, aan
een scherp loelüoj)end, wigvormig pennetje a (fig. 57a), dat aan beide zijden
loodregt op het vlak der balans is bevestigd. Door
deze zamenstelling trektaltijd de belaste of onbelaste
schaal juist aan hetzelfde punt den arm der balans
naar beneden. De lengteder armen wordt dan altijd
uitgedrukt door den afstand van den bovenkant der
pen a tot aan het steunpunt De punten a en 6(zie fig.
57)liggen met het steunpunt c in eene regte hjn of iets
lager,zooals verder zal worden verklaard.Het zwaar-
tepunt der balans ligt onder het rustpunt. Lag toch
het zwaartepunt boven het rustpunt, het zou dan,
als de balans oversloeg, eene lagere plaats trachten
in te nemen en de balans niet geheel in rust kunnen
geraken, dan wanneer de bovenkant de onderzijde
was geworden. Bragt men het zwaartepunt in het
beweeg- of steunpunt c, dan zou de l)alans als zonder gewigt te beschouwen zijn,
en in evenwigt zijnde, in elke stelling blijven staan, en bij het geringste overwigt
aan de eene zijde eene overeindstaande of peq:)endiculaire rigting aannemen.
Ik beschreef n zoo even eene goede, zuivere balans. Er zijn er vele, die aau
de genoemde vereischten niet voldoen. De vorm, die u in fig. 57 is aangewezen
en onder welkende balans het meest in het dagelijksch leven voorkomt, is ook
niet de geschiktste tot het doen van naauwkeurige waarnemingen. Opde ommezij-
de (fig. 58), ziet gij er eene afgebeeld, die in naauwkeurigheid minder te wenschen
overlaat, abls de eigentlijke balans; in c rust het scherpe, harde stalen mes op
eene even harde, eenigzins uitgeholde \ lakte (zie b c fig. 58c); d is een metalen
knop of schijfje, dat zich langs eene schroef op- en nederwaarts laat schuiven,
waardoor dan ook het zwaartepunt der balans rijst of daalt; e/ïs eene lange
naald, aan den hefboom verbonden; de punt ƒ van deze doorloopt, wanneer de
balans aan het slingeren geraakt, eenen verdeelden cirkelboog het midden
\an dezen boog ligt luodregt onder den scherpen kant der messen; door de be-
weging der naald en de verdeeling des hoogs kan men naauwkeurig de afwijking
der balansuit den horizontalen stand waarnemen; Ais eene schroef, door welke