Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
Fig. 55.
Fig. 56.
112
de zwengel eener scheepspomp, de klaauwhamer, waarmede men spijkers uit-
trekt, de nijptang, enz. Wat maakt bij eenen gewonen deursleutel het last- en
magtpunt uit? waarom wordt den ring of het handsvat van den sleutel eene
langwerpig ronde gedaante gegeven; en waarom steekt men soms door dien
ring eenen anderen sleutel, ten einde een moeijelyk te bewegen slot te openen
of te sluiten? De tuimelaar eener schel, de zoo even genoemde klaauwhamer,
zijn voorbeelden van gebogene of gebrokene hefboomen van dc eerste soort. B(J
de tweede soort van hefboom ligt het lastpunt a tusschen het steunpunt c en dc magt
h (flg. 55). De handspaak, de roeiriem (waarbij het water het steunpunt, de
boot de last, en de inspanning des roeijers
de magt uitmaakt), de kruiwagen, het
snijmes der drogisten, de notenkraker,
behooren hiertoe.
Bij de derde soort ligt het magtpunt a tus-
■ sehen het rustpunt c en het lastpunt b ((ig.
56). Tot deze soort brengt men de vuur-
tang (in welke de hand de magt, het staafje,
om hetwelk debeenen draaijen, het rustpuiit,
en de aangegrepene vuurkool de last is); ver-
derde voetplank of het pedaal aan den scha-
renshjperswagen, aan de draaibanken en
het spinnewiel. De beide laatstgenoemde
hefboomen zijn eigentlijk éénarmig.
By al de genoemde soorten vau hefboomen blijft de wet, welke bij de eerste
soort is vermeld, van toepassing. Zij geldt zoowel voor gebogene en gebrokene,
als voor regte hefboomen : de grootte der magt moei juist zoo dikwijls begrqyen
zijn in het gewigt van den last, ab het aantal keeren bedraagt, dat de afstand van het
steunpunt, waarop deze laatste werkt, begrepen is in den afstand van het steunpunt,
waarop de eerste haar vermogen uitoefent. Korter: de beide pi-oducten, die men ver-
krijgt, indien men den last en de magt, ieder afzonderlijk, met hunne afstanden van
het rustpunt vermenigvuldigt, moeten gelijk zijn.
In de laatste soort van hefboom (zie fig. 56) zult gij volgens dezen regel ont-
waren, dat de grootte der magt het gewigt van den last te boven gaat. Immers
bij dezen is weder, als wij de magt;? noemen, en den last, die aan bet einde b
werkt (zie (fig. 56), gelijk q stellen, p x ^ c = q X ^ ^
ter is dan ac. zoo zal, om de gelijkheid vau de producten te behouden, q of de
last veel kleiner moeten zijn dan p of de magt. Fig. 56a maakt deze waar-
heid nog meer aanschouwelijk. Het gewigt A ofde kracht zal den last w of den
wederstand moeten overtreffen, indien, zoo als tot het verkrijgen van even-
wigt gevorderd wordt, k X bc gelijk aan w X « c zal zijn. Deze hefboom
dient vooral, om veel snelheid te ontwikkelen, zooals ook uit fig. 566 te zien is;
want a doorloopt eenen veel längeren weg dan b. Bij de reeds genoemde vuur-