Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
101
aan kosten, dan het voordeel der meerdere snelheid bedraagt. Gij leert er ook
nit, dat een kogel met 4 niaal meer kracht slechts dubbel zoo snel wordt bewo-
gen; want in de lucht is het even als in het water gesteld.
Met weinige woorden willen wij de ligchamen nu nog als veerkrachtig be-
schouwen.
Erls gezegd, toen wij over de eigenschap der veerkracht spraken, wat er ge-
beurt, indien een bal tegerx eene vlakte wordt geworpen. Welnu, hetzelfde
geschiedt, indien twee veérkrachlige ligchamen elkander ontmoeten. Twee ivo-
ren ballen, die even groot zijn, en met dezelfde snelheid tegen elkander loopen,
zullen, elkander hunne beweging medcdeelen en in rust geraken, zoo zij niet
veerkrachtig zijn; maar thans herstellen zijde zamendrukking of de deuk, die
door hunne botsing ontstaat, waardoor zij elkander afstooten in eene rigting,
die tegenovergesteld is aan die, welke zij ontvingen, maar overeenkomstig die,
welke zij van elkander overnamen. Was eender gezegde ballen in rust, zoo zou
de bewegende al zijne beweging aan den in rust zijnde mededeelen; daardoor
zouden beiden zich zaïnendrukken, zich gelijkelijk herstellen, de bewegende dus
in rust blijven en die, welke in rust was, met de snelheid des anderen voort-
gaan. Dit verschijnsel is gemakkelijk te begrijpen. Toen do bewegende bal den
in rust zijnde ontmoette, deelde hij dezen, gelijk bekend is, de helft zijner be-
weging mede; beiden zouden dus, onveérkrachtig zijnde, gezamenthjk met de
halve snelheid zijn voortgegaan; maar de deuk, die zij ontvangen, en hij elk
ontstaan is door de helft der hoeveelheid van beweging, herstelt zich, en werkt
tusschen de ballen als eene veer, die wederzijds met gelijke kracht ontspringt;
hierdoor wordt de halve hoeveelheid van beweging, welke dc eerste nog bezat,
vernietigd, en deze in rust gebragt; terwijl de halve hoeveelheid van beweging,
welke de tweede bal ontvangen heeft, verdubbeld wordt, zoodat deze de ge-
heele beweging van den eerste heeft overgenomen.
In het algemeen zal bij de botsing van veerkrachtige ligchamen, het verlies aan
hoeveelheid van beweging van het eene, en de winst aan hoeveelheid fan beweging
van het andere, het dubljcl zijn van dal, hetwelk men zou vinden, indien men de lig-
chamen als onveêrkrachtig beschouwt. Dit dubbele ontstaat alleen door de her-
stelling van vorm.
Overtuigend wordt dit bevestigd door de volgende proeve. Wanneer men
eenige ivoren ballen, stelt eens vijf in getal, aan draden naast elkander hangt,
zoodanig dat de eeneden andere even aanraakt, en men ligt er een' aan de reg-
terzijde op, latende dien tegen de vier naastliggende vallen, dan blijven de
3^® en in rust, en de zal ongeveer even ver opspringen, als men den eer-
ste heeft opgetild; ligt men er twee op, en laat deze tegen de drie overigen
vallen, dan springen er ook twee aan het andere einde op De reden is door
het u zoo even medegedeelde duidelijk. Als men den tegen den laat val-
len, zoo neemt deze al de hoeveelheid van beweging van den l"®"-over, en geeft
die aan den 2^®», de 2^® aan den 3'ï®" en de 3^1® aan den en deze deelt ze aan den