Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
ioo
dezelfde "wijze wordt de sterkte van den terugsprong des kanons aangeduid. Dat
er een zekere tijd noodig is, opdat de beweging zich door alle deelen van het
metaal verspreide (zie de i 5' les), wordt hier voldoende bewezen. De terugsprong
geschiedt eerst, wanneer de kogel het kanon heeft verlaten.
Men heeft van dit verschijnsel gebruik gemaakt, om de snelheid des kogels
te berekenen; want men ziet, dat zooveel maal meer massa als het kanon bezit
dan de kogel, zooveelmaal meer snelheid de laatste boven het eerste moet ont-
vangen. Zij bedraagt voor een'zoogenaamden 24ponder gemiddeld 410 el in de
seconde.
Op dezelfde wijze als men de snelle beweging van den kogel verklaart, maakt
men het prachtige, treffend statige stijgen van de vuurpijl duidelijk. Bij deze
werkt de ontploffing ook in de lengte. Het onderste deel ontwikkelt eene groote
hoeveelheid gas, welke tegen de beneden liggende dampkringslucht stoot; door
de veerkracht der beide luchtsoorten en de drukking van het boveneinde door
het gas, wordt de pijl met geweld opwaarts gevoerd.
Nog eene soort van mededeeling van beweging wil ik u leeren kennen, die
ook tot verklaring van de stelHng van »Newton, alle werking is gelijk aan de te-
rugwerking," kan dienen.
Wanneer een ligchaam zich in het water beweegt, is het genoodzaakt, om
al de lagen waterdeeltjes, die het ontmoet, weg te duwen; dit veroorzaakt na-
tuurlijk een verlies aan beweging; telkens ontmoet het nieuwe lagen, die in
rust zijn, deelt die insgelijks zekere snelheitl mede, en verliest telkens daar-
door nieuwe hoeveelheden v an beweging.
Eveneens is het gesteld, wanneer de middenstof, waarin zich het voorwerp
beweegt, lucht, gas of eene andere vloeistof is.
Dc wet, volgens welke de tegenstandbieding van zulk eene middenstof ge-
schiedt, is deze: de wederstandbieding eener middenstof is evenredig aan het vier-
kant der snelheid van het ligchaam, dat er zich in beweegt. Deze wet kan aldus
worden opgehelderd. Wordt de snelheid dubbel zoo groot, dan doorloopt het
ligchaam 2maal zoo veel ruimte; vooreerst ontmoet het dan ook 2maal zoo-
veel deelen, waaraan het beweging moet geven, hetwelk voor het bewegende lig-
chaam dus reeds een dubbel verlies veroorzaakt; ten tweede geeft het dezen
deelen eene dubbele snelheid, omdat het zich zelf dubbel zoo snel beweegt,
waardoor bijgevolg het verlies 4 niaal zoo groot wordt. Is de snelheid Smaal
zoo groot, hel ligchaam ontmoet ook 3maal zooveel deelen, en geeft er 3maal
zooveel snelheid aan; hel verlies is dus negenvoudig, enz.
Gij ziet hieruit, dat de kracht aanmerkelijk venneerderen moet, zoo men
een ligchaam, een vaartuig bij voorbeeld, in eene vloeistof eene meerdere snel-
heid wil geven: want 4 krachten doen het slechts dubbel, 16 krachten slechts
4maal zoo snel voortgaan, enz Een sterkere wind geeft aan het vaar-
tuig geene 4niaal grootere snelheid, maar slechts eene dubbele. Zet men der-
halve op een schip zeer groote zeilen, dan v erliesl men doorgaans veel meer