Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
97
ging bezit, zal derhalve na den stoot zijn: 42 gedeeld door I4, of 3 el per
seconde.
Wij zien dan nit het verklaarde, dat twee gelijke en in tegenovergestelde rigtm-
gen werkende hneveelheden van heweging elkander onderling vernietigen; zijn de
hoeveelheden van beweging ongelijk, dan bewegen zich de ligchamen, na den stoot,
gezamentlijk in die rigting, van waar de grootste kracht komt, en de snelheid is dan
gelijk aan het verschil der hoeveelheden van beweging, gedeeld door de som der
massaas.
Bewegen zich de ligchamen niet in tegenover elkander liggende, maar inde-
zelfde rigting, loopt het ligchaam rt(fig. 30) zoowel als b naar c, dan kunnen zij
nimmer tegen elkander botsen, ingeval het
achterste a niet sneller voortgaat dan het
voorstel. Stellen wij, dat a het ligchaam 6
-^—i iii c inhaalt, dan voegen zich daar de hoe-
^ veellieden van beweging zamen, en de ge-
meenschappelijke snelheid, die na den stoot
volgt, z:il derhalve zijn: de som van de hoeveelheden van beweging, gedeeld door de
50m der massaas. Zijn de massaas a en b gelijk, en is de snelheid van a 5 en van 6
3 el in de seconde, dan zal meu het getal 3,—5 — 8 slechts door 2 behoeven
te <leeIon, en men vindt 4 voor de gemeenschappelijke snelheid. Zijn de mas-
saas ongelijk en weegt het ligchaam a 8 pond, b 6 pond, heeft aeene snelheid van
17 el in de seconde < n b eene van 10 el, dan is alzoo de hoeveelheid van
beweging van a 8X17 136, die vani» 6 X 10 inz 60, de som van
deze beiden 136 -f- 60 zn 1%; en hunne gemeenschappelijke snelheid wordt
derhalve het getal 196, gedeeld door de som der massaas of 86 I4» dat
is^ z^ 14 cl per seconde.
Hetgeen tot dus verre van de medcdeeling van beweging of van de botsing
der ligchamen is gezcpd, verklaart ook duidelijk, wat er moet plaats hebben,
in geval een bewegend ligchaam een ander ontmoet, dat in rust is. Teneinde
het bewegende ligchaam zijnen weg kunne vervolgen, is het genoodzaakt om
het andere, in rust, voor zich uit te duwen, en het derhalve zooveel hoeveel-
heid van beweging af te staan, dat zij zich na den stoot met eene gemeen-
schappelijke snelheid kunnen bewegen. Was het ligchaam, in rust, juist zoo
groot als het bewegende, zoo is het duidelijk, dat de beweging van het laatste
onder eene dubbele massa wordt verdeeld, en dus maar half zoo groot zal zijn.
I Indien de massa, in rust, tweemaal zoo groot ware als de bewegende, zoo zou om
fi dezelfde reden de beweging van beide na den schok slechts een derde van de eer-
ste snelheid zijn, ff'anneer men derhalve de gemeenschappelijke snelheid van een
bewegend ligchaam, en van een, dat in rust is, na den schok wil kennen, behoeft
men slechts te zien, welk deel de bewegende massa van de beide vereenigde massaas
IS, en zulk een deel moet ook de beweging na den stoot van de oorspronkelijke bewe-
ging zijn. Weegt een geweerkogel 3 lood, en bezit hij bij het afschieten eene