Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
90
Gij moet uit dit een eu ander reeds eenigzins liet uitgebreide nut, dat de slin-
ger vooral bij wetenschappelijke onderzoekingen aanbrengt, hebben ingezien.
En niet alleen dat dit werktuig ons, zooals wij gezegd hebben, ten allen
tijde de rigting van de zwaartekracht der aarde aantoont, den gang der uur-
werken regelt, de gedaante der aarde leert kennen; maar zelfs dient het, om de
zwaarte of dlgdteid der aarde te onderzoeken, ja, wat meer is, om de aarde als
in eene schaal te wegen; immers men kan, het staafje, a b (fig. 6, blz. 26)
zich voorstellen, als een slinger, bewegende om het punt c; merkt men nu op
welke slingeringen de looden bollen d en c van bekende zwaarte op a i» te weeg
brengen, alsmede welke slinger door de aardmassa met even snelle slingeringen
bewogen wordt, en past men eindelijk daarop de waarheid toe,dat de massaas van
den hol en van de aarde tot elkander in dezelfde reden staan, als de lengte der
enkelvoudige secondeslingers, die op denzelfden afstand van hun middelpunt ge-
jilaatst Zijn, zoo ziet gij ongetwijfeld de mogelijkheid in om het gezegde onder-
zoek met goed gevolg te bewerkstelligen. Nog dient de slinger, sedert korten
tijd, als het eenige pi'oefondervindelijke bewijs voor de ronddraaijing der aarde
om zich zelve, en stelt dit werktuig die beweging zoo aanschouwelijk voor, als
zagen wij den aardbol uit een standpunt, boven hare oppervlakte, beneden aan
onze voeten omwentelen.
De volgende
Toepassingen.
zijn uit het verhandelde, ten aanzien van den val langs het hellend vlak, te
trekken :
Een rotsbrok of sneeuwval, zoo langzaam zijne beweging beginnende, stort
verdelgend op woningen, ja geheele landstreken : van waar dit?
Hoe komt het, dat de watervallen, in hunnen aanvang soms breed en zamen-
hangend, aan den voet der rotsen gekomen, dikwijls als stofregens neder-
vallen?
Zijn de rivieren en stroomen niet slechts wateren, welke zich onophoudelijk
langs eene helling bewegen? Waardoor is het mogelijk, dat zij dikwijls werk"
tuigen in beweging kunnen stellen ?
TWINTIGSTE LES.
De gedaante en de beweging der aarde. Kometen.
Ebbe en \loed.
Alhoewel het eenigzins vreemd is aan de wetenschap, die wij behandelen, willen
wij toch het in de beide voorgaande lessen voorgedragene kortelijk toepassen op
de verklaring van de gedaante en beweging der aarde en van de eb en den vloed
der zee; eene toepassing belangrijk genoeg om uwe volle aandacht té verdienen.