Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
VOORBERIGT
VOOR DEN TWEEDEN DRUK.

Dat ik mij zoo weinig iijds na d£ eerste uitgave van dit werkje reeds verpligt
zoude zien vooreenen TWEEOEN DRUK rfe besr havende hand er aan te leggen, mögt ik,
in aanmerking genomen de klag te^ die er doorgaans over het geringe debiet van u>e-
Icnschappeltjke werken in ons land opgaaty voorzeker niet verwachten. Indien men,
bij gebrek aan beter^ zich niet met het zeer middelmatige moest vergenoegen, ik zou
zeker meer geneigd zijn, om de gunstige ontvangst van de vruchten mijns onderzoeks
aan hare goede eigenschappen toe ie schrijven.
Ik kan het leedwezen niet veHjergen, 't welk ik gevoel^ de tweede uitgave te hebben
moeten besturen, zonder dat mij eene uitgewerkte benordceling van het ffeheel is onder
de oogen gekomen. Da algemcenc beschouwingen toch, die van deze grondbeginselen
in verschillende nieuwsbladen of tijdschriften verschenen, konden, daar zij doorgaans
zeer gunstig waren, weinig bijdragen tot hunne luezentUjke verbetering. Met de aan-
merkingen, die mij zoo goedgunstig door den hooglecranr J. VAN DER HOEVEN
onder de aandacht werden gebragt, heb ik met dankbaarheid mijn voordeel gedaan;
verder heb ik nog al datgene veranderd, weggelaten of toegevoeijd, wat mij de
ondervinding, verder onderzoek of de bescheidene teregtw ij zingen van den Heer
J. KRAMERS J'^. te Gouda, wien ik voor deze oplettendheid mijnen hartelijken dank
betuig, als min duidelijk, overtollig of vermeldingswaardig hadden leeren kennen.
Ten aanzien der aanzienlijke verbetering en vermeerdering, die de achtste en ne-
{jende Afdeeliiijj hebben ondergaan, ben ik verpligt, mij iets nader te verklaren.
Toen ik besloot, door de zamenstelling dezer grondbeginselen, aan des Uitgevers
verlangen te voldoen, had ik tevens het plan gevormd, om bij elke gelegenheid, waar
het eenigzitis gepast geschieden kon, te doen uitkomen, wat wij aan Nederlanders in
het vak der Natuurkunde zijn verpligt, ten einde daardoor zoo veel mogelijk de eer
onzer landgenooten hierin te handhaven, en de veel beteekenende ontdekkingen te lee-
ren kennen, waarmede zij die wetenschap zoo vaak hebben verrijkt.
Menigmaal echter moest ik het bejammeren, dat ik dit voornemen niet op die wijze
konde ten uitvoer brengen, als ik dit wel wenschte, dewijl mij de tijd ontbrak om de
daartoe vereischte onderzoekingen in het werk te stellen, en ik de bronnen doorgaans
miste, waaruit ik zou hebben kunnen putten.
In het voorjaar van 1847 TEYLER'S merkwaardig museum ie Wwiihhyi bezoekende,
onder geleide van den heer LOGEMAN aldaar, bekend vooral door zijne belangrijke
mededeelingen aangaande gewigtige verbeteringen, die er aan onderscheidene natuur-
kmtdige werkiuigen konden worden aangebragt, gaf ik dezen mijn leedwezen te ken-
nejif dat ik mijn werkje, en evenmin den herdruk er van, nist een meer geheel neder-
landsch aanzien had kunnen geven, als waardoor het voor Nederlanders eerst eene
bijzondere waarde zou hebben kunnen verkrijgen.