Boekgegevens
Titel: De methode van teekenonderwijs van de Gebr. F. en A. Dupuis, en hare invoering in het Koninklijk Athenaeum te Maastricht
Auteur: Steyn Parvé, Daniel Jan; Klöden
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. U b 11
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203572
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: tekenkunst: algemeen
Trefwoord: Tekenen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De methode van teekenonderwijs van de Gebr. F. en A. Dupuis, en hare invoering in het Koninklijk Athenaeum te Maastricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
60
gedaan werd. Men leide echter hieruit niet af, dat dit
wordt achterwege gelaten, omdat wij ons met het daarbij
te gronde liggende denkbeeld niet kunnen vereenigen.
Integendeel, wij hebben de overtuiging, dat de hierin
door Dupuis gevolgde methode als de beste, ja misschien
als de eenige goede, is te beschouwen. Men moet ech-
ter niet uit het oog verliezen, dat eerst sedert twee en
een half jaar met de invoering dezer nieuwe leenvijze
aan de 2®. Afdeeling van het Athenaeum een begin is
gemaakt, en dat men dagelijks nog, door de ondervin-
ding geleid, het bestaande tracht te verbeteren. Daarom
hopen wij, dat ook later aan dit gedeelte, waartoe nu
zelfs nog de modellen ontbreken, eenige tijd zal kunnen
besteed worden. De tijd is de voorname vijand, waar-
mede wij te kampen hebben. De geheele cursus van de
2®. Afdeeling van het Athenaeum duurt slechts vier ja-
ren, en bij de vele vakken, die daar uit den aard der
zaak moeten onderwezen worden, is het niet mogelijk
voor iedere klasse meer dan vier uren wekelijks aan het
teekenonderwijs te besteden. Uit hetgeen wij boven me-
dedeelden, blijkt, dat het handteekenen volgens de me-
thode van Dupuis thans reeds tot in het 3°. schooljaar
wordt voortgezet. Er blijven dan nog maar anderhalf
jaar over, en die werden tot nog toe besteed aan het
regtlijnig teekenen; eene afdeehng, die toch voor het
grootste aantal onzer leerlingen in hunne volgende maat-
schappelijke betrekkingen van zeer veel gewigt kan zijn.
Voor zooverre dit gedeelte van het teekenonder^vijs be-
treft, beginnen zij in het derde schooljaar met het uit-
werken van verschillende geometrische werkstukken, die
zij reeds vroeger in de lessen der wiskunde hebben be-
handeld; deze dienen voornamelijk om hen in de behan-
deling van passer en liniaal eenige vaardigheid te doen