Boekgegevens
Titel: De methode van teekenonderwijs van de Gebr. F. en A. Dupuis, en hare invoering in het Koninklijk Athenaeum te Maastricht
Auteur: Steyn Parvé, Daniel Jan; Klöden
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. U b 11
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203572
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: tekenkunst: algemeen
Trefwoord: Tekenen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De methode van teekenonderwijs van de Gebr. F. en A. Dupuis, en hare invoering in het Koninklijk Athenaeum te Maastricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
58
zooals een van w^it geverwd hout vervaardigden stoel en
tafel en dergelijke, die ook nog tot deze zelfde afdeeling
behooren.
In het tweede jaar zijn de leerlingen op dezelfde wijze
voortgegaan met het teekenen van meer praktische voor-
werpen en van verschillende werktuigen, waartoe het na-
tuur- en scheikundig kabinet er zeer geschikte aanbood.
Daartoe werden bij voorkeur de zoodanige uitgekozen,
welke door regte lijnen of cirkelbogen begrensd, en niet
al te zamengesteld zijn. De leerlingen teekenen ze dan
op gekleurd papier met zwart en wit krijt, ten einde de
werking van het licht nog beter te kunnen uitdrukken;
dit gedeelte dient dan ook vooral om hen in het leggen
der schaduwen te oefenen. De niet al te zware model-
len werden op den standaard geplaatst; ter«'ijl de zwaar-
dere opgehangen werden aan vier touwen, die over ka-
trollen loopen, welke aan de zoldering bevestigd zijn.
Door deze inrigting kunnen zij gemakkelijk in alle moge-
lijke standen gebragt worden, daar men slechts een paar
der touwen een weinig behoeft aan te halen of los te
laten, om het voorwerp in eene andere positie te plaatsen.
Na zich gedurende een klein half jaar daarmede te
hebben beziggehouden, gingen de leerhngen over tot het tee-
kenen van ornamenten naar gips; eene uitmuntende oefe-
ning, zoowel voor het oog als voor de hand, en waarin
zij over het algemeen regt veel behagen scheppen. Ook
deze werden op gekleurd papier geteekend, en daarbij
is in den laatsten tijd meer en meer van den doezelaar
gebi-uik gemaakt. Hoe voortreffelijk de Heer Pytak het
gebruik van den doezelaar ook beschouwt bij het scha-
duwen, zflo is hij toch van meening, dat deze niet uit-
sluitend daarbij moet aangewend worden. Hij laat daar-
om de eerste schaduw - oefeningen bij de uit staven za-