Boekgegevens
Titel: De methode van teekenonderwijs van de Gebr. F. en A. Dupuis, en hare invoering in het Koninklijk Athenaeum te Maastricht
Auteur: Steyn Parvé, Daniel Jan; Klöden
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. U b 11
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203572
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: tekenkunst: algemeen
Trefwoord: Tekenen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De methode van teekenonderwijs van de Gebr. F. en A. Dupuis, en hare invoering in het Koninklijk Athenaeum te Maastricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
53
schikking heeft, een wezentlijke vooruitgang verwacht
mas; worden."
„In den zomer van 1851 te Berlijn zijnde, maakte de
Heer Schulze , Stadt - Schidrath aldaar, in een hoogst
aangenaam en leerrijk onderhoud, ook gewag van den
gunstigen staat en de verblijdende uitkomsten van de drie
in 1848 opgerigte en den 7 Januarij 1849 geopende in-
rigtingen tot voortgezette oefening (Fortbildungs-Anstal-
ten ), en spoorde ons aan daar een bezoek te brengen,
waartoe wij ons echter niet verbinden wilden, daar het
bezoeken van scholen thans minder in onze bedoeling
lag, en ook uit hoofde van den nagenoeg algemeenen vacan-
tietijd. Bij het nader inzien van het ons vriendelijk ter
hand gestelde Lections - Plan voor het zomerhalQaar 1851,
lazen wij, dat in eene dier inrigtingen het teekenonder-
wijs gegeven werd volgens de methode van Dupuis, en
nu verlangden wij toch daar iets meer van te hooren.
Wij bezochten dan deze hoogst verdienstelijke instelling,
vertoefden in enkele klassen, waar Fransch en Engelsch zeer
doeltreffend werd behandeld, doch wijdden den meesten tijd
aan die voor het teekenonderrigt, gegeven in de twee onder-
ste afdeelingen door den Heer Domschke , en in de beide
hoogste door den Heer Professor Eichens. De leerlin-
gen van elke dier hoofdafdeelingen waren werkzaam in
ruime en doelmatig ingerigte vertrekken. De geheele
fraaije verzameling van modellen, te Parijs vervaardigd,
was aanwezig. Over den arbeid der leerlingen spreken
wij niet; hun werk moet ieder, die het aanschouwt, bevallen.
De onderwijzers waren er zeer bijzonder over tevreden;
zoo de Heer Eichens met name over de afteekening der
vrouwenhoofden, door eenige van de verst gevorderde
leerlingen bijna afgewerkt. Hij maakte ons oplettend op
het deugdelijke van hunnen arbeid en van de vorderingen