Boekgegevens
Titel: De methode van teekenonderwijs van de Gebr. F. en A. Dupuis, en hare invoering in het Koninklijk Athenaeum te Maastricht
Auteur: Steyn Parvé, Daniel Jan; Klöden
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. U b 11
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203572
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: tekenkunst: algemeen
Trefwoord: Tekenen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De methode van teekenonderwijs van de Gebr. F. en A. Dupuis, en hare invoering in het Koninklijk Athenaeum te Maastricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
37
Dan C, 16| jaar oud, 4 jaar onderwijs, als de vijfde.
Bij de opgave, om eenen gesehaduwden kop naar de
buste te teekenen, was de volgorde der leerlingen deze:
1. E. 4. F.
2. A. 5. B.
3. D. 6. C.
Daarna moesten zij een kop met baard naar liet levend
model teekenen, en hierbij was de volgorde eenigzins
anders, namelijk,
1. A. 4. B.
2. E. 5. F.
3. D. 6. C.
Het resultaat van het onderzoek was, dat de leerlin-
gen der nieuwe methode, hoewel zij naauwelijks de helft
van den tijd aan hunne teekenstudiën besteed hadden,
zeer goed met de leerlingen der Oude methode konden
wedijveren, en zelfs, wanneer men den korteren duur
van het onderwijs daarliet, was eene meerderheid merk-
baar. Wij weten het zeer goed, dat zulk een resultaat
met toevalligheden verbonden is, en dat men eerst uit
een groot aantal zulke proefnemingen een zeker resultaat
kan verkrijgen. Echter zijn die toevalligheden niet zoo
groot, dat zij geene vrij naauwkeurige waardering zou-
den toelaten. Inderdaad besloot de commissie haar ver-
slag met de woorden: „ De commissie, doordrongen van
het voortreffelijke van eene zoo eenvoudige methode, die
tevens zoo bevattelijk is voor het verstand van eerstbe-
ginnenden, is van meening, dat de uitbreiding, die de
Minister van het openbaar Onderwijs op alle Colléges on-
der zijne leiding aan dezelve schijnt te willen geven, niet dan
van het grootste nut kan zijn, en dat zij eenen zeer
voordeeligen invloed op het onderwijs in de ware gronden
van het teekenen kan uitoefenen."