Boekgegevens
Titel: De methode van teekenonderwijs van de Gebr. F. en A. Dupuis, en hare invoering in het Koninklijk Athenaeum te Maastricht
Auteur: Steyn Parvé, Daniel Jan; Klöden
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. U b 11
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203572
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: tekenkunst: algemeen
Trefwoord: Tekenen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De methode van teekenonderwijs van de Gebr. F. en A. Dupuis, en hare invoering in het Koninklijk Athenaeum te Maastricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
33
maal noodig. In alle andere is het voldoende, als het
schrift loopend en goed leesbaar is, zonder dat wij genood-
zaakt zijn naar den inliond te raden. Die een zooda-
nig schrift snel schrijft, is er beter aan toe, dan hij, die
bij het snel schrijven onleesbaar wordt, doch zoo liij
zeer langzaam schrijft, een waarlijk calligrapliisch schrift
levert. En toch is dit zeer dikwijls het geval.
Wat echter van het schrijven geldt, geldt evenzoo van
de aanvulling van het schrijven, het teekenen. Die in
staat is, schielijk eene. bevallige, volkomen duidelijke
teekening te vervaardigen, al is zij dan ook niet volmaakt
schoon, is er beter aan toe, dan hij, die na langen tijd
en veel moeite wel is waar voortreffelijk werk levert,
maar in korten tijd niets dragelijks kan tot stand bren-
gen. Het is waar, beide zijn gebreken, of liever onvol-
maaktheden. — Maar moet men tusschen beide kiezen,
dan kiest men de minste. Daar nu hij , die snel eene
goede teekening levert, in längeren tijd zeer wel eene
schoone teekening kan leveren; doch hij, die eenen lan-
gen tijd noodig heeft om eene fraaije teekening te ma-
ken, in weinig tijd niets bruikbaars tot stand brengt,
zoo is het eerste het beste, en ook in dit opzigt is bij
deze methode eene goede keus gedaan.
Het kan eenigzins gewaagd schijnen, wanneer wij een
gunstig oordeel over eene methode van onder^vijs uit-
spreken , voor welker waarde ons geene eigene ondervin-
ding ten dienste staat — want hier in Berlijn is zij
eerst sedert Paschen 1849 in de stedelijke Gewerbschule
ingevoerd —, en dit zoude de waarde van ons oordeel
in de oogen van menigeen verminderen. De mensch
moet echter niet alleen door eigene ondervinding, maar
ook door die van anderen leeren, en wat de laatste aan-
gaat , staan wj niet zoo verlaten, als het misschien wel
3