Boekgegevens
Titel: De methode van teekenonderwijs van de Gebr. F. en A. Dupuis, en hare invoering in het Koninklijk Athenaeum te Maastricht
Auteur: Steyn Parvé, Daniel Jan; Klöden
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. U b 11
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203572
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: tekenkunst: algemeen
Trefwoord: Tekenen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De methode van teekenonderwijs van de Gebr. F. en A. Dupuis, en hare invoering in het Koninklijk Athenaeum te Maastricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
27
tails reeds uitvoeriger. Het vierde is een krijgsman, die
zich tot het gevecht voorbereidt, en het vijfde een jonge
gewonde Griek. Deze beide figuren zijn volkomen uit-
gewerkt tot in de fijnste bijzonderheden. Daarbij behoo-
ren nog 18 modellen der uiterste ledematen, zooals armen,
handen, beenen, voeten, enz. in meer dan natuurlijke groot-
te. Die deze reeks van modellen geteekend heeft, is in
staat om tot het teekenen van het menschelijk ligchaam
naar het levend model over te gaan; dit kan zonder
sprong geschieden.
2.) Ornamenten.
Het teekenen van ornamenten zoude zich binnen eenen
engen kring moeten bepalen, en zijn schoonste sieraad
missen, wanneer 't het menschelijk ligchaam en zijne
deelen wilde uitsluiten. Zoo het juist wordt opgevat en
in zijne geheele uitgestrektheid genomen, is het veeleer
het meest omvattende van alle deelen der teekenkunst;
want het maakt niet alleen gebruik van natuurlijke za-
ken, maar het vindt ook nog phantastische gestalten uit,
die het met gene op eene bevallige wijze verbindt. Het
vereischt daarom eenen grooten rijkdom van vormen, de
grootste verscheidenheid van gedaanten. Daarom vordert
A. Dupuis, dat diegenen, welke ornamenten willen tee-
kenen , eerst aUe tot dusverre beschrevene cursussen moe-
ten doorgcloopen hebben. Hij beschouwt dit teekenen
als het belangrijkste voor alle takken van industrie en
alle ambachten, en keurt het grootelijks af, hetzelve
slechts voor een bepaald vak, biimen bepaalde grenzen
te onderwijzen. Wie zich aan een industrieel vak wijdt,
moet eerder zich in alle deelen van het ornamenten - toe-
keneu oefenen. Het komt er bierbij tevens op aan, den