Boekgegevens
Titel: De methode van teekenonderwijs van de Gebr. F. en A. Dupuis, en hare invoering in het Koninklijk Athenaeum te Maastricht
Auteur: Steyn Parvé, Daniel Jan; Klöden
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. U b 11
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203572
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: tekenkunst: algemeen
Trefwoord: Tekenen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De methode van teekenonderwijs van de Gebr. F. en A. Dupuis, en hare invoering in het Koninklijk Athenaeum te Maastricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
2C
tond uitgewerkt zijn, en waarin het gelaat toch geen ge-
heel uitmaakt, waaraan een bepaald karakter, eene eigen-
lijke uitdrukking ontbreekt; en men bemerkt dan, dat
een gezigt meer is dan eene zamenstelling van oogen,
neus, mond, wangen, voorhoofd, kin, enz. Kunstenaars
kennen deze zAvarigheid zeer goed, en zij weten het wel,
dat het te zamen afteekenen van een aangezigt een der
moeijelijkste deelen der kimst is, dewijl men daarvoor
geene regels kan geven, maar het slechts gevoeld kan
worden. Dit is telkens het geval, wanneer het karakter
van het geheel uit het karakter der bijzondere deelen
moet voortkomen. Het is beter, wanneer zich het ka-
rakter van het bijzondere bepaalt naar dat van het ge-
heel; want op die wijze alleen is eenheid te verkrijgen.
Nadat deze 16 busten veel geteekend zijn, en de noo-
dige vlugheid daarin verkregen is, gaat de leerling over
tot het teekenen naar antieken, waartoe hij nu toereikend
voorbereid is. Als slot en proef tevens sluit zich hier-
aan het teekenen van een kop naar het levend model,
totdat de teekening goed uitgevallen is, en hiermede loopt
dan tevens het eerste gedeelte van dezen cursus ten einde.
Hierop volgt nu het teekenen van menschenbeelden,
waartoe vijf modellen van gips gebruikt worden. Het
zijn standbeelden van ruim drie voet hoog, die ligt ver-
plaatst, en zoo gesteld kunnen worden, dat de leerling
ze in iederen stand teekenen kan. Het eerste stelt eenen
herder voor. Dit geeft eéhter slechts de algemeenste om-
trekken, zonder dat de bijzonderheden uitgevoerd zijn;
het is evenals de busten der eerste afdeeling, om zoo
te zeggen nagenoeg vormloos. Het tweede is een land-
man, die op de ploegschaar leunt; dit is reeds wat meer
uitgewerkt. Het derde stolt eenen boogschutter voor,
die juist zijnen pijl afgeschoten heeft; hierin zijn de de-