Boekgegevens
Titel: De methode van teekenonderwijs van de Gebr. F. en A. Dupuis, en hare invoering in het Koninklijk Athenaeum te Maastricht
Auteur: Steyn Parvé, Daniel Jan; Klöden
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. U b 11
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203572
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: tekenkunst: algemeen
Trefwoord: Tekenen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De methode van teekenonderwijs van de Gebr. F. en A. Dupuis, en hare invoering in het Koninklijk Athenaeum te Maastricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
25
De modellen dor derde afdeeling zijn nogmaals dezelfde
busten, maar weêr meer uitgewerkt; de oogen, neus,
mond en ooren zijn echter nog onvolledig, zonder dat de
bijzonderheden uitgewerkt zijn; ook de haren en spieren
zijn nog niet volledig voorgesteld; maar de leerling leert
toch bij het nateekenen de omtrekken dezer deelen be-
handelen.
De busten der vierde afdeeling wijken van de vorige
af, en zijn in de volgorde, waarin zij geteekend worden,
de navolgende: 1) een manshoofd, op de spieren en haar-
lokken na uitgewerkt, doch zonder de fijnste bijzonder-
heden. 2) Een hoofd van een jongeling, met uitvoerig
behandelde haren. Alle deelen van het gezigt zijn fijner
uitgewerkt, doch zonder nog de laatste volmaking onder-
gaan te hebben. 3) en 4) Twee vrouwenhoofden in alle
bijzonderheden uitgewerkt, met welker juiste en zuivere
afbeelding deze oefeningen sluiten.
Het zal bevreemding baren, dat Dupuis den gewonen
weg, volgens welken eerst enkele gezigtsdeelen en lede-
maten geteekend worden, eer men tot de koppen over-
gaat , juist omkeert, en van het geheel tot het bijzonder©
opklimt. Dit schijnt tegen den gewonen regel, dat men
van het eenvoudige tot het meer zamengestelde moet over-
gaan; maar dit is ook slechts schijnbaar. Wij gelooven,
integendeel, dat de gang van Dupuis groote voordooien
heeft boven den gewonen. De leerling gewent zich, van
het begin af aan, elk bijzonder deel van het gezigt in
zijnen zamenhang en harmonie met het geheele hoofd to
leeren kennen, en dat is zeer veel waard. Die gewoonto
om elk deel op zich zelf te beschouwen, die menigen
kunstenaar, ten gevolge van de gewone methode, jaren
lang aankleeft, wordt daardoor sterk tegengewerkt. Hoo
dikwijls ziet men portretten, waarin alle deelen uitmiin-.