Boekgegevens
Titel: De methode van teekenonderwijs van de Gebr. F. en A. Dupuis, en hare invoering in het Koninklijk Athenaeum te Maastricht
Auteur: Steyn Parvé, Daniel Jan; Klöden
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. U b 11
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203572
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: tekenkunst: algemeen
Trefwoord: Tekenen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De methode van teekenonderwijs van de Gebr. F. en A. Dupuis, en hare invoering in het Koninklijk Athenaeum te Maastricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
23
in zich den meesten hist en aanleg bespeui-t. De teeken-
methode van Dupuis gaat op deze hoogte tot de eigen-
lijke kunstvorming over, voert er regtstreeks henen, en
breekt nergens af. Wij zullen deze cursussen, elk in het
bijzonder, van nabij beschouwen.
1.) Koppen en menscheaheelden.
De leerlingen teekenen naar levensgroote gipsbusten.
Het model staat op een voet; driemaal zooverre van het-
zelve verwijderd, als de hoogte der buste bedraagt, zit-
ten de leerlingen op eene half cirkelvormige bank, zoo-
dat elk het beeld in een' anderen stand ziet. Heeft hij
de buste geteekend, zooals hij deze ziet, dan verwis-
selt hij met een' ander van plaats, en begint op nieuw.
Ramen met zwart gevernist linnen bespannen dienen om
op te teekenen, hetwelk geschiedt met eene teekenpen
mot wit krijt. Later teekenen de leerlingen op papier
met houtskool en maken de schaduwen met den doezelaar.
De teekening kan zeer gemakkeUjk uitgeveegd en veran-
derd worden, hetgeen in het begin dikwijls geschiedt, en
daarom zijn deze teekenmaterialen zeer doelmatig geko-
zen; bovendien zijn zij zeer goedkoop. De teekenpen
dient ook hier als maat, om de betrekkelijke grootte der
verschillende deelen in de lucht af te meten.
De modellen der eerste afdeeling bestaan uit vier gips-
busten, namelijk het menschenhoofd met den hals en
het bovenste gedeelte der borst. De eerste buste heeft
een regtopstaand hoofd, de tweede een naar voren gebo-
gen , de derde een achterwaarts gebogen, de vierde een
op zijde hellend hoofd, opdat de leerlingen ten eerste de
verschillende standen van het hoofd leeren opmerken en
zich er in oefenen. Maar deze busten stellen slechts de
massa van den vorm van het hoofd in zijne algemeenste