Boekgegevens
Titel: De methode van teekenonderwijs van de Gebr. F. en A. Dupuis, en hare invoering in het Koninklijk Athenaeum te Maastricht
Auteur: Steyn Parvé, Daniel Jan; Klöden
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. U b 11
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203572
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: tekenkunst: algemeen
Trefwoord: Tekenen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De methode van teekenonderwijs van de Gebr. F. en A. Dupuis, en hare invoering in het Koninklijk Athenaeum te Maastricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
18
hoek herhaald. Hierop volgt eene kromme lijn, namelijk
een ijzerdraad, als cirkelboog gebogen; eene gebrokene
lijn (als zig-zag); twee evenwijdige lijnen, door eene der-
de gesneden, hetwelk onder eenen regten of scherpen
hoek kan gebeuren; twee zich onder eenen scherpen hoek
vereenigende cirkelbogen (spitsbogen), dus enkel niet ge-
slotene figuren, welke de eerste afdeeling der modellen
van Dupuis uitmaken, waarvan hij er veertien heeft,
wier aantal men echter naar goedvinden kan vermeerde-
ren of vermindere».
Hierop volgt de tweede afdeeling der modellen, welke
ook uit omtrekken, maar nu van geslotene figuren, be-
staat. Zij zijn gedeeltelijk, zooals de voorgaande, uit
ijzerdraad van de dikte van een' pijpesteel vervaardigd
en wit geverwd, gedeeltelijk uit hout van de dikte van
een duim. Het gebruik van deze modellen is hetzelf-
de als zooeven vermeld is. Uit ijzerdraad zijn ver-
vaardigd:
1. Een vierkant, waarvan elke zijde ongeveer een voet
lang is. Het moet in allerlei standen geteekend worden,
evenals vroeger de regte hoek, en oefent het oog bij-
zonder , vooral als men een ijverig gebruik maakt van de
loodlyn en de horizontale lyn, die men overigens ook
voor een tydlang blijvend voor zich kan plaatsen.
2. Een regthoek.
3. Eene ruit, waarvan de scherpe hoek 60° bedraagt.
4. Een parallelogram.
5. Een gelijkzijdige driehoek.
G—8. Een gelijkbeenige, een ongelijkzijdige en een
regthoekige driehoek.
9. Een cirkel.
10. Eene ellips, enz.
Deze oefeningen zijn voortreffelijk en vormen zoowel het