Boekgegevens
Titel: De methode van teekenonderwijs van de Gebr. F. en A. Dupuis, en hare invoering in het Koninklijk Athenaeum te Maastricht
Auteur: Steyn Parvé, Daniel Jan; Klöden
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. U b 11
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203572
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: tekenkunst: algemeen
Trefwoord: Tekenen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De methode van teekenonderwijs van de Gebr. F. en A. Dupuis, en hare invoering in het Koninklijk Athenaeum te Maastricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
loc namelijk eene met gom bestrckenc gliuen plaat mei
vizier behoort, waarop men de omtrekken van een moer
verwijderd voorwerp met een potlood niuir het beeld van
het ligchaam zelf natrekt; zoo zijn deze middelen toch
niet bruikbaar by eene geheele klasse, daar ieder een
voorweip van een ander punt beschouwt, en dus een an-
der beeld verkrijgt, dan zijn buurman. Men keerde daar-
om de methode om. Men legde den kinderen juist ge-
teekende beelden voor; men deed hen de voorwerpen
niet alleen als zoodanig, maar ook in hunne betrekkelijke
grootte en ligging kennen, hetgeen in den regel zeer ge-
makkelijk is, daar het de kinderen zelden aan verbeel-
dingskracht ontbreekt, en liet hen nu, met gemakkelij-
ke voorwerpen beginnende, deze beelden nateekenen.
Men rekende er op, dat de leerling, b. v. bij het teeke-
nen van een' teerling, opmerken zoude, dat de naar hem
toegekeerde zijde als een vierkant moet geteekend wor-
den, doch de zyvlakken zoodanig, dat de achterste ribbe
korter dan de voorste is, en dc bovenste en onderste
ribben naar elkander toeloopende en verkort moeten ge-
teekend worden. Men wilde den leerling door de teekc-
ning tot de natuur voeren; hij moest dan eindelijk be-
merken, dat hij in de natuur de voorwerpen werkelijk
zoo zag, als hij ze naar het voorbeeld teekende, en dit
gelukte inderdaad bij sommigen; de meesten echter za-
gen in die afwijking der lijnen van haren als natuurlijk
veronderstelden stand in hun beeld oen ondoordringbaar
geheim. Zij teekenden inderdaad volgens een voorbeeld
eene laan niet boomen, hielden ze daar ook voor, maar
begrepen niet hoe het komt, dat het beeld wijkt en zich
als 't Avare achter het vlak, waarop het geteekend is,
uitetrekt. Ten hoogste leerden zij door deze oefeningen
eindelijk dou regel, dat dc voorwerpen dos te kleiner