Boekgegevens
Titel: De ware Robinsons
Auteur: Bergh, S.J. van den; Denis, F.; Chauvin, Victor
Uitgave: Leiden: D. Noothoven van Goor, 187X *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5652
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203339
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De ware Robinsons
Vorige scan Volgende scanScanned page
KKLLOCO EIS RINCEMAKN OP HET PlNüllIN EILAM).
terwijl (Ie kapilein, zijn sliiurnian en helloco (lenzeilden
weg over land namen. Op deze wijze kwam nien op de
plek aan, waar de drie matrozen van elkander scheidden,
nadat zij Ie zamen den nacht van den 11'''° Mei hadden
doorgehragl. Men vond er geen andere sporen van svra
<lan eenige vodjes papier en de doos, waarin hij zijn zwavel-
stokken horg. Men legde groote vuren aau en hragt den
nacht op de plaats door.
\U ii volgenden ochtend, den 15^" Mei, des morgens ten
tien ure weigerde de kapitein, daar svha niet verschenen
was, hel onderzoek langer voorl Ie zeilen. Toch liet hij, vóór
zijn vertrek, nieuwe vuren ontsteken, waarhij men heschuil
in een zak, water in llesscheu, Incilers, en een hrielje van
den navolgenden inhoud legde: »syua, het hier tegenover
liggernl eiland is Tova: leg vuur aan, men lel op u en
men zal u terstond komen halen." De Ferdinand hleel' n<»g
.eenigen dagen achter, maar zonder den minsten goeden
uitslag. Keus ontdekle men vuren en men haastte zich
aan land te gaan: hel was een troep l*alag(>uiers Ie
paard, die dal teeken had gegeven. Kajiitein itEACGRA.NU
helooi'de hun een goede helooning als hel hun gelukte
niet alleen syha, maar ook de drie andere manschappen
der hrik (ieorye terug te vinden. De l*atagoniers helool'den
hel en de Ferdinand keerde naar Frankrijk terug, waar
dil vaartuig in het midden van Augustus 1860 aankwam,
de heide mannen, die het üered had, mei zieh voerende.