Boekgegevens
Titel: De ware Robinsons
Auteur: Bergh, S.J. van den; Denis, F.; Chauvin, Victor
Uitgave: Leiden: D. Noothoven van Goor, 187X *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5652
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203339
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De ware Robinsons
Vorige scan Volgende scanScanned page
i gaetano osculati.
zag ik bij het vvaler een neiging tot zakken of mijne
boop herleefde weldra op nienw in mij; maar helaas, om
mij spoedig andermaal te ontvluglen.
»Den achtsten dag werd het weder helder en droog,
zoodal ik mijn poncho en een aantal andere voorwerpen
in de zon kon droogen. Daarna sprokkelde ik wat hout
bij elkander om er vuurtje aan te steken en daarop een
groolen watervogel te kooken, die zich eensklaps op een
rots voor mij had durven wagen en dien ik in een ge-
lukiger oogenblik niel zou hebben nagelalen op te zetten.
»Op den negenden en tienden dag mijner verlatenheid
werd het mij gegund eenige wilde vruciiten in te zame-
len, omdat het weder bij afwisseling fraai en regenachtig
was geweest. Ik onderhield niettemin mijn leven met hel
voor laler bewaarde gedeelte van mijn geschoten vogel, en dit
was voldoende tot mijn onderhoud gedurende ongeveer drie
dagen. Het was vooral mijn streven mijn beschuit te spa-
ren, daar ik hel voornemen had opgevat den weg naar
Archidona te gaan opzoeken, zoodra hel water meer zou
gevallen zijn. Ik wanhoopte er volstrekt niet aan hel juiste
spoor van den weg te zullen vinden, en wel met behulp
van een geographische kaart, die ik aan iVIaldonado te
danken had en van een zakkompas, dat ik met mij bad
genomen, om te beter de plaats te kunnen bepalen waar
ik mij bevond. Opregt gesproken, was dil voornemen
wel een weinig al Ie sloutmoedig, mijne nilgeputte kracblen
vooral in aanmerking genomen. Maar aan den anderen kant
zag ik geen ander middel om uil mijn toestand te gera-
ken: ik moest mij wel op een krachtige wijs daaraan
ontrukken, daar ik alle hoop had laten varen, dat er van