Boekgegevens
Titel: De ware Robinsons
Auteur: Bergh, S.J. van den; Denis, F.; Chauvin, Victor
Uitgave: Leiden: D. Noothoven van Goor, 187X *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5652
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203339
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De ware Robinsons
Vorige scan Volgende scanScanned page
gaeta>'0 osculall.
te, terwijl ik aan den voet van dien staak een ledige
kist aanbragt. Dit alles deed ik in de hoop, dat de
een of andere van Archidona komende Indiaan alleen op
hel zien van dit teeken den stroom zou willen over-
steken, en in de meening dat hij zoowel door nieuwsgie-
righeid als door zucht naar buit daardoor zou worden
aangetrokken. Toen alles was afgeloopen, gevoelde ik mij
veel geruster en zette ik mij andermaal aan het opslaan
der [hut; tot mijn grooten spijt moest ik haar op een plek
oprigten waar ik geen uitzigt in de ruimte had; maar er
bleef mij geen keus over en ik moest mij tegen een nieuwe
overstrooming wapenen.
»Daar de geweldige regens den en 50''®° Junij
aanhielden, bleef ik bijna gedurende al dien tijd op mijne
koffers uitgestrekt, terwijl ik mij met mijn beerenhuid
toedekte, die garstig en zelfs een prooi der wormen begon
te worden. Ik onderhield mij met een weinig in honig
gedoopte beschuit en in koud water afgetrokken koflij.
»Den eersten Julij (den zevenden dag nadat men mij
had verlaten) had ik bijna alle hoop opgegeven van levend
uit deze mijne eenzaamheid verlost te worden, daar de
stroom nog even hoog was en zijne wateren met dezelfde
kracht bleef voortjagen. Het was mij volstrekt onmogelijk
een voet te verzetten. Ik bevond mij indei'daad tusschen
twee stroomen ingesloten, die daar zij beide hun oorsprong
in de Antisana namen, aan de eigen oorzaken van zwellen
ónderworpen waren; hen te doorwaden was op dal oogenhlik
een volslagen onmogelijkheid. Ik had op het drooge verschil-
lende teekens gemaakt, om de rijzing van hel water na te
gaan, en ging daarnaar van uur tot uur kijken. Naauwelijks