Boekgegevens
Titel: De ware Robinsons
Auteur: Bergh, S.J. van den; Denis, F.; Chauvin, Victor
Uitgave: Leiden: D. Noothoven van Goor, 187X *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5652
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203339
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De ware Robinsons
Vorige scan Volgende scanScanned page
gaetano osr.ulati.
mijne krachten. Terwijl ik mij de enkele oogenblikken
mooi weder len nulle niaakle, liield ik mij overigens be-
zig met het vangen van kapellen en insecten; dat was liet
beste middel om mij niet door de droevige gedachten,
die zich van mij meester maakten, Ie laten wegslepen. De
inzameling was meer dan ruim; maar daar ik alüjd i»e-
vreesd was te zullen verdwalen, waagde ik hel niet diep
in het woud door te dringen. Zoodra de nacht hegon te
vallen, nam ik de gewone voorzorgen en trachtte ik in
te slapen.
»Ik had een vrij groote hoeveelheid glimwormen, waar-
aan men den naam van concyos geeft, ingezameld: ik
bediende er mij van tol verlichting der hul, door ze in
een glazen vaas te plaatsen. Zij verspreidden een heer-
lijk licht, waarhij ik gemakkelijk kon lezen. Ook had ik
eenige groote planten onderzocht in de hoop er cellen
van zekere bijen te ontdekken, die een zwartachtig was
opleveren: ik wist dat de Quixos er hunne fakkels van
vervaardigen en er een heerlijken honig uit verkrij-
gen. Ik had hel geluk er eenigen in een boomstam te
vinden: maar dit kostte mij niet weinig inspanning en
om mij van dezen buit meesier te maken, ilep ik menige
pijnlijke steek op.
»Des morgens van den 26'"°, bij het aanbreken van den
dag, werd ik gewekt door geschreeuw, dat waarschijn-
lijk door apen werd voortgebragt. Een oogenblik boo|)te
ik het een of ander bezield wezen op den legenoverge-
stelden oever der (ïosanga te zullen zien verschijnen; doch
ik bemerkte maar al te ras dat het eene ijdele begooche-
ling was. Een geweldige regen dwong mij onder den