Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
en zedespreuicen. 79
ten, of, fteek uwe voeten niet verder, dan uw
bed reikt.
8a. Wiens brood men eet, wiens woord men
fpreekt.
83. Het kan verkeeren , zegt Bredero.
84. Nood leert bidden.
85. Gelijk zoekt zicli, gelijk vindt zich, of,
vogels van eenerlei veren vliegen graag zamen.
86. Eens onregt, altijd onregt, of, wat van
daag onregt is, is morgen geen regt.
87. Een profeet is niet geacht in zqn vader-
end.
88. Het moet vroeg krommen, zal 't een goe-
de hoepel worden, of, wat Hansje niet leert,
leert Hans nooit.
89. Met kleine lapjes leert de hond leder
eten, of, hoedt u voor den eerften misfhp.
90. Eenen armoi ontbreekt veel, maar eenen
vrek alles.
\
ZE-