Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
r a a b d A t s.
19. Een verafgelegen land brengt mg vöort,
op boom, en ftruik; tot u gezonden, door vlij-
tige handen uit een geplukt, gekrabbeld, en ge-
rukt, verfchaf ik u een fijn gewaad.
ao. Ik heb een hoofd, en vier gezonde beetftn.
Doch ben zeer dikwijls zonder die verfchefiön,
Als of ik knolrond was. Al wie mfl dan
betast,
ßefchadigt hand of vingers vast.
ai. Is Ijet waar, dat het nooit twéé dageti
achter elkander regent?
22. Wat is zigtbaar, en echter geen ligchaam
03. Wat is geboren, maar niet geftoryen ?
24. Het wordt al grooter, hoe meer men
daarvan neemt: maar hoe meer men er bq doet,
des te kleiner wordt het, en dan verdwqnt het
ten laatfte geheel en al.
25. Ik wandel dikwijls in de vrqe lucht; maar
verlaat echter nimmer mijn huis.
a6. Als iemand een* zak vol koom tot meel
heeft doen malen, hoe kan hij dan daarmede
twee zakkeu vullen, die even groot zqn, als de
eerfte?
27. Welke kinderen kunnen hunnen vader zien
doopen ?
a8. Ik twee, ben een, door jonge lieden vaak
belagchen, bij vele ouden zéér geëerd. Gelukkig
hij, die mij geheel ontberen kan: maar wee hem,
D a wiens