Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
raadsbls. 49
3. Met vet van elders voedt men mij.
Opdat 'k een prooi van vlammai zij.
4. Er zijn twee verders, die fmen draagt
waar men wil; men kqkt daardoor naar binnen
in een huis; maar dikwijls kgkt men daardoor
ook uit een huis naar buiten.
5. Die het maakt, begeert het niet.
Die het bedelt, behoudt het niet.
Die het koopt, behoeft het niet.
Die het gebruikt, weet het niet.
6. Een ieder wenscht er naar; en evenwel
bevalt het zelden aan iemand, die het heeft.
7. Meisjes en vrouwen hebben het niet, of
ten minde zeer zelden, en wenfchen het nooit
te hebben. Mannen zien het vofir hun fieraad
aan; en evenwel zoeken zij, als zij het eerst
hebben, het gedurig wederom kwijt te worl
den.
8. Wat is verkeerd en onregt, en evenwel
niet ondeugend noch onregtvaardig ?
9. Drie menfchen fpeelden eenen ganfchen
nacht zamen, en toen zij ophielden, had elk
van hen gewonnen.
10. Zeker iemand zeide eeiis: „ had ik flechts
„ altijd water genoeg, dan.kon ik wel wijn drin-*
„ ken: maar daar mij intusfchen dikwqls waier
„ ontbreekt, moet ik, helaas! water drinken."
Hoe kon dat toch zijn ?
D II.