Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
/ .HET GEWETEN. gtf«;
tietvolgd; dat het geruisch der boomen hen»
fchrikken deed, en dat hij des nachts zeer
ongerust fliep.
Wat ontbrak toch dien man? Ach, hem ont-
brak een goed geweten. Het geld, dat hij be-
at , had hij niet met zijnen handel gewonnen,
maar door een misdrqf verkregen! Die man was
eens bediende van een* rijken juwelier geweest.
Op eene reis, die hij met denzelven deed, door-
fchpot hij hem op eene eenzame plaats, nam
hem het geld af, bond een' (leen aan den hals
van het lijk, en wierp het daarmede in eené
diepe watergroef, zoo dat het wegzonk. Dit
werd eerst bij de volgende gelegenheid ontdekt»
Een misdadiger moest, in tegenwoordigheid
van den gezegden man, verhoord worden, die,
wegens de vermoording van zijnen Heer, in
hechtenis was gebragt. Dat mensch was, door
al de regters, fchuldig verklaard; en nu moest
hij, als opperregter, het vonnis uitfpreken. —
Maar hij deed het niet. Hij fidderde, hij beef-
de, er fcheen een geheime angst op zijn hart te
, liggen; en de kleur van zijn aangezigt veranderde
gedurig. Plotfeling fprong hij op, en plaatfte
zich nevens het mensch, dat hij veroordeelen
moest, n Regters!" riep hij, „ ik ben ook een
„ moordenaar! ik kan den helfchen angst niet
« lan.