Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
342 ORDE, ZINDEL IJ KHEID,
„ het hun niet eens invalt, dat het anders
„ zou kunnen wezen."
„ Och, of wij toch ook zoo vroeg konden
„ leeren opftaan !" zeiden de kinderen. „ Wel
V, zoo," antwoordde hunne moeder, „ als dit
„ u ernst is, dan weet ik daar raad voor. Ik
„ wil u wel doen wekken; maar het zal u, in
„ den aanvang, ongemakkelijk voorkomen." Nu
meenden de kinderen, dat zq toch heden het
bed lustig verlaten hadden: maar hunne moeder
bragt hun onder het oog, dat zij de reden
daarvan in hunne vreugde te zoeken hadden.
Hunne ouders hadden, in de gezegde ftad,
veel te bezorgen. Zg liepen daarom van de eene
ftraat naar de andere, en de kinderen liepen
met hen mede. Toen zij nu weder aan het
huis van hunnen neef kwamen, bij wien zij
hunnen intrek genomen hadden, gingen de kin-
deren aanftonds zitten. „ Gij, jonge lieden, zijt
„ vast moede ? " vroeg hun neef. „ Regt moe-
„ de, waarde neef!" antwoordden de kinderen.
„Nu, dat is juist geen wonder," vervolgde
hun neef. „ Gij z^t aan dat aanhoudende
„ rondloopen langs de ftraten niet gewoon.
„ Maar, gijsbert ! als gij flechts bij mij op
„ het kantoor komen wilt, zult gij het wel-
baast leeren. Bg kooplieden is er dikwijls,
„ den geheelen dag door, iets te beftellen.
« Daar