Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
338 ORDE, Z I N D E L IJ K H E I D ,
„ ook niet vergenoegd geweest, en. dat is zeer
„ natuurlijk: maar dat alles zoudt gij evenwel
„ hebben kunnen vermijden, zoo gij u zinder
„ Igker gehouden hadt. Als gij zulks niet
„ leert, zult gij aan niemand behagen."
Henriette barstte in tranen uit, en viel ha«
ren vader om den hals. „ Ik wil mij daarin
„ Zoo veel mogelijk bevlijtigen," zeide zij.
„ Goed, mijn kind!" voegde haar vader haar
toe: y, houd uw voornemen vast, dan zal
„ uwe moeder Hooit weder reden hebben, om
„ u van de tafel af te wijzen."
C X X X V.
Onreinheid en zindelijkheid; of, de ver-
fchillende herbergiers. ■
Jufvrouw LEENDERTS deed, uiet hare kin-
deren, eene reis naar haren broeder, die zes
mqlen van haar af woonde. Toen zij eenige
uren ver gereden hadden ftegen zij, voor een
half uurtje, aan eene herberg af, om een
weinig te ontbeten. De intrede in dit huis
Rond hun reeds tegen; zoo morfig en onrein
was dezelve; en toen zij in het ftookvertrek
traden, verging hun allé lust om te ontbeten.
Er Was in dat vertrek een reuk, zoo be-
dompt en walgelijk, als bij een' put, waarin
het