Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
sSo BER GIERIGHEID,
gebrekkig; en dan zeide hjj, hoe hij dit of dat
zou gemaakt hebben, en hoe het eigenlijk had
moeten wezen. Daardoor maakte iiq zich alom
gehaat. Hij meende aanvankelijk, dat men hem
overal opzoeken, en hem gewigtige posten, met
aanzienlijke inkomften, zou opdragen; maar dat
gebeurde niet. Hij dacht, dat men zich overal
aan hem zou opdringen, en van zijne kundighe-
den fpreken; maar niemand bekommerde zich zoo
zeer om hem, en de geheele wereld zeide: „ wat
y, verbeeldt die gek zich niet!"
Dezelfde koenraad, die eerst dacht, dat men
hem met ambten en aanzienlijke posten, als over-
laden, en tot den hoogften rang zou verheffen,
moest nur om bedieningen verzoeken, doch werd
voorbijgegaan. Hij.'hield van lieverlede al om
kleinei' en geringer bedieningen aan, doch be-
kwam ze evemin; terwijl zijn broeder eduard
al hooger en hooger opklom.
Koenraad leerde intusfchen zijne verkeerdheid
nimmer inzien. Hij noemde de menfchen, waar-
onder hij verkeerde, domme eenvoudige men-
fchen, onwetende verachtelijke dwazen, die
geen' man van doorzigt en bekwaamheid wisten'
te waarderen. Maar daarmede madcte hij liet
Hechts erger; en koènraad had, met al zijne
bekwaamheid, bijkans moeten verhongeren, zoo
zijn broeder hem niet onderhouden had.
CXIX.