Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
fl6a VRIENDSCHAP.
De knapen wiesfen op, en werden mannen;
maar hunne vriendfchap bleef even fterk. Er
ging niet ligt een avond voorbij, waarop zij geen
half uurtje zamen praatten; geen zondag, waarop
zij niet bij een waren, en over hunne huisfelijke
omftandigheden fpraken, of de velden bezigtig-
den; en geen huisfelijk feest, dat zij niet geza-
menlijk vierden.
Martinus werd ziek. Ongelukkig was het
juist de tijd van den oogst, en arbeiders waren
er in het geheel niet te bekomen. „ Ach! be-
„ kommer u niet," zeide bastiaan, „ en maak
„ flechts, dat gij weder gezond wordt," en
bastiaan verrigtte al den oogstarbeid voor mar-
tinus. Hij deed het koren afmaaien, in fcho-
ven binden, en in de fchuur bréngen. Hij zorg-
de eerst voor de velden van martinus , en dan
voor zijne eigene. Als bastiaan er niet geweest
was, zou martinus , in dat jaar, een groot ver-
3ies geleden hebben. Dat jaar was vociuig, en
al zijn koren had op het veld kunnen uitfpruiten
en verrotten.
Een paar jaren later viel er een fterk onweder
in, met veel hagel. De velden van den regtfcha-
penen bastiaan waren bijna gansch en al ver-
woest. Hij oogstte naauwelijks zoo veel in, als
hij gezaaid had. „ Ik deel met u," zeide mar-
tinus , „ ik heb rijkelijk ingeoogst." Martinus
deel-