Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
KRANKHEID.
197
ten en bloemen; maar adriaan zag dat alles
onverfchillig aan. „ Ik kan m'ij immers daar-
„ mede toch niet vermakenzeide hij treurig. ■
Albert had veel medelijden met zijnen klei-
nen vriend, en ging bedroefd weder naar huis,
daar hij naauwelijks een paar woorden met hem
gefproken had.
■ L X X X I I 1.
Dc Heer weerbian ; of, hoe goed is het,
dat men gezond, is.
„ Wel nu! komt gij daar al weêr aan ?
riep ALBERTS vader hem te gemoet, toen hij
weder in de kamer trad. „ Ach!" antwoordde
aleert, „de arme adriaan is zeer ziek!"
Hjj verhaalde alles, wat hij gezien en opgemerkt
had, en hoé weinig vermaak adriaan in al
dat moolje goed fchepte, ■ dat zijne ouders hem
gegeven hadden. „ Zoo gaat het," zeide zijn
vader; „ niets kan ons regt vermaken, als wij
„ niet gezond zijn. Zie, daar is de Heer weer-
„ man, dien gij wel kent; het is anders een
„ zoo goedaardig en braaf man, en hij is zeer
„ rijk. Hij heeft alles, wat hij (lechts wen-
„ fchen kan; maar hij is altijd ziekelijk.
„ „ Ach I "" „ zegt hij dikwijls, wanneer hij
„ een gezond mensch ziet, „ „ hoe gaarne
"N 3 ' » „ wil-