Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
i68 vlot» luiheid,
Karel was altijd traag, verdrietig en onwil
lig tot alles, wat hij te leeren of te doen had,
Gaf zijn vader of zijn meester hem eeniger.
geringen arbeid op, dan geeuwde hij,-en rekti
zich vooraf eenige malen uit; en dan ging hel
vervolgens zoo langzaam en flepend, dat mer
het niet kon aanzien. Alles fcheen hem te
zwaar en te moeijelijk; en als het hem riiel
uitdrukkelijk bevolen werd, verrigtte hij vast
het geringde werk niet. Liever zat hij ganfche
uren op ééne plaats, en verdroomde zijnen
tijd. — Karel bleef dus dom en lui.
Daarentegen was zijn jongere broeder, frede-
rik , een vlijtige en levendige knaap. Hij leerde
gaarne al wat nuttig was, en verrigttp met lust
het werk, dat hem opgegeven werd. Dikwqls
zat hij te lezen, te fchrijven, of te rekenen,
zónder dat iemand hem zulks bevolen had.
Zekerlijk moest frederik dus veel fchranderer
en bekwamer worden, dan de trage karel.
Toen KAREL ouder werd,, en zich zelven on-
derhouden moest, kon hij nergens te regt ge-
raken. Daar hij niets ordelijk geleerd had, was
hij ook tot niets bruikbaar. Zelfs voor bladfchrij-
ver wilde niemand hem hebben, omdat hij al-
les verbrodde en niet doorwerkte. Nu zag hij
wel in, dat hij reeds in zijne kindschheid, had
moeten vlijtig zijn en leeren, om thans wel onder
de