Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
leugen, huichelarij, enz. I/J?-
dat hiJ er toch henen gaan, en de goede vrouw
mogt zoeken gezond te maken.
„ Bij haar gaan ? " zeide de Arts, », ja, dat
„ wil ik wel; maar ik moet toch ook weten,
„ wat ik voor mijne moeite hebben zal; dat
„ kan mij niemand kwalijk nemen: ik moet im«
f, mers daarvan leven. Als elk van het gezel-
„ fchap mij hier twee guldens geeft, wil ik
„ daar henen gaan, en doen wat ik kan!"
„ Hier zijn m^e twee guldens!" riep eene
dame; „ en hier zgn de mijnen!" riep eeno
andere; * en hier zijn de onzen ook!" riepert
de overigen. Kortom, de Arts ontving van
elk die in het gezelfchap was, twee guldens,
en toen ging hij henen. — Het was een mooi
fommetje geld, dat hy had opgezameld.
„ Hadt gy dien man wel voor zoo baatzuchtig
„ gehouden ? " zeide de eene dame tot de ande-
re , toen de Arts weg was. Zij verwonderden
zich allen over hem; niemand had het van hem
verwacht — zegt, of zy geen geUjk hadden?
De Arts bezocht de vrouw, en zag wel,
dat het haar, om welhaast gezond te worden»
voornamelijk flechts aan ^i;einheid en verfterkend
voedfel haperde. — „ Nu, myn goede mensch!"
zeide hy, „ wy zullen dat fpoedig verhelpen.
„ Hier heb ik geld, daarvoor willen wij alles
, koopen, wat gij noodig hebt." — HQ maakte
K 5 «elf