Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
100 n ij d , afgunst, enz,
huizes, bij welke zij elkander telkens aanklaag
den; en had de eene van iemand eens eei
klein gefchenk bekomen, dan benqdde de an
dere haar zulks. Kon de eene den arbeid de
andere ' verzwaren, haar verdriet aandoen, o
haar eenige fchade veroorzaken, dan liet zi
zeker niet na zulks te doen. Dus werden z:
nu ten laatfte zoo verbitterd, dat zij elkande
zonder ergernis naauwelijks meer konden aari
zien; en dat verzwaarde haren dienst geweldig
Zij wenschten beiden, dat de tijd, voor welke
zij zich verhuurd hadden, mogt om wezen; e
nogtans wilde elk van l>aar gaarne bij har
meesteres blijven, en beiden wisten wel, d£
zij vast geene betere meesteres zouden bekc
men. — „ Zulk een leven," zeiden- zij, „ i
„ niet uit te houdén;" en nogtans deden z
geen' afftand van hare onderliqge vijandfchap.
Èer nog de tijd van haren dienst verloope
was, werd de oudfte meid van kwaadhei
ziek, — zoo ziek, dat zy verfcheidene weken i
het' bed moest liggen, en de Geneesheer twi;
felde of zij er wel yan zou' opkomen. Toe
deed het beiden leed, dat zij elkaar zoo g£
haat, en het leven voor eikanderen zoo hitte
hadden gemaakt.
Ik zal WQlhaast fterven," zeide de kranls
eens op zekeren avond tot de andere; „ ach'
« vei