Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
ntj d, afgunst, hnz. 91
beek, die daar langs vloeide, en vingen er een
paar gouden torren, en op het grasveld daame.
vens eenige bonte kapelletjes. De t^d vloog hun
voorbij, zonder dat zij er aan dachten.
Jasper zag hen onvergenoegd aan, toen zij
weder te huis kwamen. „ Gij z^t nodige
„ jongens!" bromde hij, gij hebt m|j niet
y, bg u willen hebben." Hoe zeer zij ook
verzekeren mogten, dat zij hem overal gezocht
en geroepen hadden; hg beweerde, dat dit
zoo niet was, en bleef misnoegd.
„ Willen wij fchuilevinkje fpelèn, lieve jas-
per !" zeiden de broeders na eenigen tijd.
„ Dat mag ik wel Igden," antwoordde jasper ,
nog half grommig; ^ raaar ik moet mij het eerst
„ verfchuilen, en dan moét gij mij zoeken.*' —
„ Jaja, zeer gaarne," antwoordden zy.
Jasper verfchool zich — zijne broeders zochten
hem — en vonden hem achter den fchoorfteen.
„O, daar zqt gij immers!" riepen zy, en
lachten daarom.
„ Nu," zeide jasper, tot zijne broeders,
,, ik wil mij nog eenmaal verfchuilen« dan zult
„ gij mij vast zoo fchielijk niet vinden." Zij
waren daarmede tevr^en. Zij zochten, en von-
den hem op nieuw in e^ne ledige kleerkast.
r, Nu moet jan zich verfchuilen," zeide ja-
koe, Jasper begon reeds wederom misnoegd
te