Boekgegevens
Titel: Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Auteur: Löhr, Johann Andreas Christian
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1827-1832
2e en verb. dr; Oorspr. uitg.: 1805
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 678 E 8
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203188
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: algemeen
Trefwoord: Algemene ontwikkeling, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Voedsel voor het kinderlijk verstand en hart: een nieuw geschenk voor de jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
4*6 weldadigheid,
y, u geven kan 1" Met deze woorden reikte de
verlegene neger haar een' buidel over, waarin
acht en twintig ftukken goudgeld waren. „ Neem
y, het toch, lieve Mevrouw!" zeide hij nog
eenmaal. „ Kijk, ik kan voor mij dagelijks
„ bedelen, Wat ik behoef; ik heb dat geld
„ niet noodig." Dit zeggende, wilde hij haar
de beurs in de hand ftoppen.
Verbaasd en vol verwondering, wist de we-
duwe niet wat zij zeggen zou. „ Hoe kwaamc
„ gij aan dat geld ?" vroeg zij, in hare ver»
Icgenheid. „ Ik heb het gebedeld," antwoordde
de neger. „ Ik kwam als een jongen bg den
y, vader van mijn' meester. Ik heb bij hem
„ en zijnen vader vier en vijftig jaren op de
y, fuikerplantaadje gearbeid; en nu, daar ik oud en
„ ziekelijk ben, heeft de man mij weggejaagd.
„ Hij had mij waarlijk dat beetje brood nog wel
„ kunnen geven, dat ik nog zou hebben gege-
„ ten. Maar — ziet gij — ik ben echter nog
„ niet verhongerd. Mijn voorkomen verwekt
„ medelijden, en uit dien hoofde heb ik fteeds
y, meer bekomen, dan "ik noodig had."
De weduwe bedankte den edelen neger.
„ Neen," zeide zij„ goede man! ik mag uw
„ geld niet nemen, zoo gg nc^ kranker worden
„ mogt, en geene goede menfchen meer kondet
„ aanfpreken, hoe zoudt gij het dan ftellen,
« in-